Overheid boezemt weinig vertrouwen in

Voor politici is de lectuur van de pensioenenquête een vrij deprimerende bezigheid. 80 procent van de deelnemers is het eens met de stelling dat de overheid problemen heeft met de financiering van de wettelijke pensioenen en dat daar dringend iets aan moet gedaan worden. Slechts 11 procent van de economisch actieven meent dat de overheid een duidelijke langetermijnvisie heeft op de financiering van de pensioenen. En amper 8 procent meent dat de overheid de jongste twee jaar voldoende maatregelen heeft genomen. Feitelijk komt dat erop neer dat het Generatiepact gewogen en te licht bevonden is. Daar moet wel aan toegevoegd worden dat slechts 8 procent zegt ongeveer te weten waar dat Generatiepact over gaat.

38 procent gaat ervan uit dat er geen geld meer zal zijn om de pensioenen uit te betalen wanneer zij met pensioen gaan. 72 procent gelooft dat de pensioenen dan lager zullen zijn dan nu. Bijna een op twee gelooft dat de overheid de pensioenleeftijd zal optrekken. Ruim 80 procent verwacht uit dat het brugpensioen voort afgebouwd wordt of dat het systeem zelfs helemaal afgeschaft wordt.

Brugpensioen

Voor die afbouw van het brugpensioen bestaat nog vrij veel steun. Voor het optrekken van de wettelijke pensioenleeftijd bestaat veel minder enthousiasme. Voor velen blijft 65 jaar een absolute bovengrens.

De deelnemers aan het onderzoek is ook gevraagd wat er dan wel moet gebeuren. Daarbij komen vier prioriteiten bovendrijven. De eerste is de invoering van meer flexibiliteit in het pensioen, waarbij langer werken meer dan nu beloond wordt met een hoger pensioen, en omgekeerd. Een tweede remedie is het optrekken van de activiteitsgraad, zodat meer mensen bijdragen aan de financiering van het stelsel. Ook het stimuleren van fiscaal voordelige spaarformules is populair. Tenslotte moet de overheid zelf meer reserves aanleggen, zoals het Zilverfonds.

  • Twitter
  • LinkedIn
  • Facebook

,