Commerciële huurcontracten bedreigd

Het Hof van Cassatie verbaasde op tien april menig persoon met een arrest over commerciële huurcontracten, en meer specifiek op vlak van de medecontractanten.

Dit arrest geeft aan dat een curator lopende contracten kan beëindigen en ook het recht heeft om huurcontracten stop te zetten als dat nodig blijkt voor het goede verloop van het faillissement. De medecontractant riskeert zo om beroofd te worden van zijn inroepbaar recht. Het vergoedingsrecht zou ook in vraag kunnen worden gesteld door de toepassing van dit arrest.

Met andere woorden: als een vastgoedmaatschappij (of de eigenaar) failliet gaat, kan de concessiehouder die medecontractant is, franchisenemer, landbouwer of zelfs exploitant, verplicht worden om de activiteiten te stoppen, of met risico van een hypotheek op de contractuele bankgaranties.

De wet over faillissementen van 8 augustus 1997 geeft in artikel 46 aan dat de curator de mogelijkheid heeft om te beslissen of hij “al dan niet de lopende contracten beëindigt”. Op zich betekent dat niet dat de gecontracteerden van hun rechten mogen worden beroofd.

Zal het arrest van april 2008 door het Hof van Cassatie de traditionele rechtsopvatting wijzigen? In elk geval legt ze vast dat de beslissing tot contractbreuk door de curator “gerechtvaardigd moet zijn door de behoeften van de liquidatie”.

In elk geval is dit arrest zorgwekkend voor de garanties van de commerciële huurcontracten (die normaal gezien een bescherming voor 36 jaar bieden).

  • Twitter
  • LinkedIn
  • Facebook
Zelf kapitale vragen? Vind een adviseur in uw buurt >

Nieuwsbrief

Abonneer op de RSS feed of ontvang 2 maal per maand gratis onze nieuwsbrief. Bedankt voor uw bezoek!

, ,