Drie gouden beleggingsregels voor vennootschappen

Drie gouden beleggingsregels voor vennootschappen

Indien uw vennootschap een mooie spaarpot bezit, hebt u verschillende mogelijkheden. U kunt dat geld investeren in uw beroepsactiviteit. Ook vastgoed kopen of een dividend (winst) uitkeren aan uw aandeelhouders behoort tot de mogelijkheden. Het kan ook interessant zijn om via uw vennootschap te beleggen. In dat geval gelden soms andere regels dan voor particuliere beleggers. Sommige beleggingen hebben immers een invloed op de voordelen die uw vennootschap geniet. Het is daarom belangrijk elke stap steeds af te toetsen met uw bankier of boekhouder. Wij sommen alvast drie belangrijke aandachtspunten op.

1. Verlaagde vennootschapsbelasting
Als uw vennootschap aan bepaalde voorwaarden voldoet, geniet ze van een verlaagd opklimmend vennootschapsbelastingtarief. Eén van die voorwaarden is dat uw vennootschap niet beschouwd mag worden als een zogenaamde financiële vennootschap. Dit is het geval als ze aandelen bezit waarvan de waarde meer dan 50% bedraagt van het totale vermogen van de vennootschap.

Indien u met uw vennootschap in aandelen belegt, moet u bijgevolg goed de waarde van uw aandelenportefeuille in het oog houden. Als die waarde te hoog wordt, verliest u immers het voordeel van het verlaagde vennootschapsbelastingtarief. U kunt wel beleggen in obligaties, kasbons, termijnrekeningen of diverse tak-producten (tak 21, 23, 26), zonder dat dit een invloed heeft op het vennootschapsbelastingtarief.

2. Notionele intrestaftrek
Een ander punt dat u in het oog moet houden, is de invloed van uw beleggingen op de notionele intrestaftrek. Dit is een fictieve intrestaftrek van 3,8% (aanslagjaar 2011) op het eigen vermogen. Hij werd ingevoerd om te voorkomen dat vennootschappen die projecten financieren met hun eigen vermogen benadeeld zouden worden ten opzichte van vennootschappen die een beroep doen op externe financiering.

In functie van het soort belegging wordt het belegde kapitaal al dan niet opgenomen in het eigen vermogen waarop die notionele intrestaftrek berekend wordt. Indien uw vennootschap bijvoorbeeld belegt in financiële vaste activa of een onroerend goed waar u als bedrijfsleider in woont, dan moet het belegde kapitaal afgetrokken worden van het eigen vermogen waardoor de notionele intrestaftrek verlaagt.

3. Meer- en minwaarden
Een derde belangrijk aandachtspunt is de belastbaarheid van de meerwaarden van een belegging en de fiscale aftrekbaarheid van de minwaarden. Die kunnen variëren in functie van het soort belegging. Het is dus belangrijk daar rekening mee te houden bij de keuze van het beleggingsinstrument.

Een opbrengst wordt in een vennootschap belast a rato van de vennootschapsbelasting. Die opbrengst kan bijvoorbeeld de vorm aannemen van een intrest op een tak 26-product of een meerwaarde op obligaties. De gerealiseerde minwaarden hierop zijn fiscaal aftrekbaar.

Een uitzondering zijn de meerwaarden op een individueel aandeel. Die zijn belastingvrij. Keerzijde is wel dat eventuele minwaarden niet fiscaal aftrekbaar zijn. Bovendien moet de vennootschap ook de waarde van de aandelen in het oog houden om het verlaagde tarief van de vennootschapsbelasting niet te verliezen (zie punt 1).

  • Twitter
  • LinkedIn
  • Facebook
Zelf kapitale vragen? Vind een adviseur in uw buurt >

, , , ,