Indien uw vennootschap een mooie spaarpot bezit, hebt u verschillende mogelijkheden. U kunt dat geld investeren in uw beroepsactiviteit. Ook vastgoed kopen of een dividend (winst) uitkeren aan uw aandeelhouders behoort tot de mogelijkheden. Het kan ook interessant zijn om via uw vennootschap te beleggen. In dat geval gelden soms andere regels dan voor particuliere beleggers. Sommige beleggingen hebben immers een invloed op de voordelen die uw vennootschap geniet. Het is daarom belangrijk elke stap steeds af te toetsen met uw bankier of boekhouder. Wij sommen alvast drie belangrijke aandachtspunten op.
Indien u met uw vennootschap in aandelen belegt, moet u bijgevolg goed de waarde van uw aandelenportefeuille in het oog houden. Als die waarde te hoog wordt, verliest u immers het voordeel van het verlaagde vennootschapsbelastingtarief. U kunt wel beleggen in obligaties, kasbons, termijnrekeningen of diverse tak-producten (tak 21, 23, 26), zonder dat dit een invloed heeft op het vennootschapsbelastingtarief.
In functie van het soort belegging wordt het belegde kapitaal al dan niet opgenomen in het eigen vermogen waarop die notionele intrestaftrek berekend wordt. Indien uw vennootschap bijvoorbeeld belegt in financiële vaste activa of een onroerend goed waar u als bedrijfsleider in woont, dan moet het belegde kapitaal afgetrokken worden van het eigen vermogen waardoor de notionele intrestaftrek verlaagt.
Een opbrengst wordt in een vennootschap belast a rato van de vennootschapsbelasting. Die opbrengst kan bijvoorbeeld de vorm aannemen van een intrest op een tak 26-product of een meerwaarde op obligaties. De gerealiseerde minwaarden hierop zijn fiscaal aftrekbaar.
Een uitzondering zijn de meerwaarden op een individueel aandeel. Die zijn belastingvrij. Keerzijde is wel dat eventuele minwaarden niet fiscaal aftrekbaar zijn. Bovendien moet de vennootschap ook de waarde van de aandelen in het oog houden om het verlaagde tarief van de vennootschapsbelasting niet te verliezen (zie punt 1).




