Iedereen die een inkomen geniet, wordt daarop belast. Dat is voor gepensioneerden niet anders. Maar mag je als gepensioneerde ook nog iets bijverdienen?
Net als lonen zijn ook pensioenen onderworpen aan de personenbelasting. De pensioenadministratie houdt van je wettelijk pensioen een bedrijfsvoorheffing af. Ook sociale bijdragen kunnen ingehouden worden. Die bijdragen zijn bestemd voor de gezondheidszorg, de financiering van de ziekteverzekering dus. Indien je brutopensioen te klein is, hoef je deze bijdragen niet te betalen. De instelling die je pensioen uitbetaalt, bezorgt je jaarlijks een belastingfiche, net als vroeger je werkgever. Je noteert je pensioeninkomsten in het daartoe bestemde vak V, dus niet in het vak van de beroepsinkomsten.
Nogal wat gepensioneerden hebben het moeilijk de eindjes aan elkaar te knopen. Daarom oefenen steeds meer onder hen ook nog een beroepsactiviteit uit. Wil jij dat ook, dan moet je aan twee voorwaarden voldoen:
- je moet die activiteit vooraf of binnen een termijn van 30 dagen aangeven, behalve wanneer je de volle leeftijd van 65 jaar hebt bereikt wanneer je pensioen effectief in betaling is
- de inkomsten mogen een bepaald bedrag niet overschrijden
Wie de beroepsactiviteit niet aangeeft, riskeert sancties. In het slechtste geval kan je pensioen gedurende drie maanden geschorst worden. Ook wie een gezinspensioen trekt en wiens huwelijkspartner een beroepsactiviteit uitoefent, dient dit te melden op straffe van sancties.
Hoeveel je mag bijverdienen, hangt af van de uitgeoefende beroepsactiviteit (zelfstandige, werknemer of ambtenaar), je leeftijd en of je kinderen ten laste hebt. Indien je beroepsinkomsten het plafond met minder dan 15 procent overschrijden, wordt je pensioen met hetzelfde percentage verminderd. Bij een overschrijding van meer dan 15 procent wordt je pensioen geschorst. Opletten dus.
Voor meer informatie over de regels en toegestane plafonds kan je onder meer terecht op volgende websites:





