Veel mensen zullen zich deze vraag reeds gesteld hebben. Het kan gebeuren dat men door een “ongeluk van het leven” plots voor onverwachte kosten komt te staan en dat men geld nodig heeft, dat men niet bezit. Of dat men eigenlijk wel bezit, maar waarover men niet beschikt, omdat men het in pensioensparen gestopt heeft. De verleiding kan op dat ogenblik groot zijn om het geld van zijn pensioensparen op te nemen. Kan dit, en is het ook wenselijk?
Het antwoord is duidelijk: ja, het kan; neen, het is niet wenselijk!
Geld van het pensioensparen is eigenlijk bestemd om opgenomen te worden op het ogenblik dat men met pensioen gaat. Dit is zo voorzien en de fiscaliteit is er ook op gericht. In principe mag men het bedrag dat men via pensioensparen opzijlegt, niet opnemen vóór men met pensioen gaat. Als men het toch doet, dan is dit altijd nadelig. Niet alleen zal het geld niets meer opbrengen, veel erger: het wordt fiscaal onderworpen aan een boetetarief.
Wanneer men met pensioensparen begint, wordt de vervaldag ervan op de vijfenzestigste verjaardag vastgelegd. Toch kan men zijn kapitaal vroeger opvragen. We moeten hier drie situaties onderscheiden. Eerste geval: de spaarder is ouder dan 60 jaar en is met zijn pensioensparen begonnen vóór zijn vijfenvijftigste. We hebben gezien dat op dit kapitaal een voordelig belastingtarief van 10 % wordt afgehouden wanneer men 60 jaar oud wordt. Vraagt men zijn kapitaal na deze leeftijd, dan is deze belasting al afgehouden en zal hierop geen bijkomende belasting betaald moeten worden. Het enige nadeel is dat men tussen 60 en 64 jaar geen stortingen meer uitvoert, waarop men een belastingkorting kan krijgen.
De tweede mogelijkheid is: de spaarder is ouder dan 60 jaar en is met zijn pensioensparen begonnen na 55 jaar. Vermits het pensioensparen minstens 10 jaar moet duren, heeft hij op 60 jaar die 10% nog niet moeten betalen. Die belasting van 10% wordt dan afgetrokken van het kapitaal dat men opvraagt op het ogenblik dat men dit doet.
Derde mogelijkheid: de spaarder vraagt zijn kapitaal op vóór de leeftijd van 60 jaar. In dat geval zal hij geen 10, maar 33 % betalen op het opgevraagde kapitaal. Deze 33 % gelden voor alle stortingen gedaan na 1 januari 1992 en er is een marginaal tarief voorzien voor de stortingen vóór die datum. Dit is eigenlijk een “inhaalbeweging” op de belastingkorting die hij vroeger genoten heeft. Het is dus helemaal niet aan te raden om voor de zestigste leeftijd zijn kapitaal op te vragen. Kan het echt niet anders, dan moet men ervoor zorgen dat men een zo klein mogelijke som opvraagt, om het boetetarief van 33% zo goed mogelijk te ontlopen. Opgelet: bij brugpensionering gelden bijzondere regels om de spaarder in zulk een situatie niet te zwaar te beboeten.
Besluit: het is in elk geval voordeliger om tot zijn 65ste te blijven sparen voor zijn pensioensparen, en slechts daarna zijn kapitaal op te nemen.





