Managementvennootschappen zijn al jaren erg in trek bij bedrijfsleiders en bestuurders van vennootschappen. Maar staatssecretaris voor de bestrijding van fiscale fraude John Crombez verklaarde de oorlog aan dit soort van constructies. Waarom deze heksenjacht?
Elke zelfstandige die zijn inkomen ziet groeien, krijgt op een gegeven moment van zijn boekhouder het advies een managementvennootschap op te richten. Je zou voor minder: zo’n vennootschap is onderworpen aan een belasting van slechts 34 procent, veel minder dan wat er via de personenbelasting van je inkomen afgeroomd wordt. Wie bijvoorbeeld een jaarlijks belastbaar inkomen van 35.000 euro geniet, wordt belast aan een marginaal belastingtarief van 50 procent, vermeerderd met gemeentelijke opcentiemen.
Houders van een managementvennootschap betalen zichzelf meestal klein loon uit (op die manier vermijden ze al te hoge sociale bijdragen en genieten ze van voordelen zoals een lager tarief voor kinderopvang) en vullen dat inkomen aan via dividenden, die onderworpen zijn aan een roerende voorheffing van 21 procent (25 procent vanaf 20.020 euro). Tot voor kort bedroeg die roerende voorheffing slechts 15 procent en waren managementvennootschappen dus interessanter.
Maar managementvennootschappen bieden nog andere voordelen. Zo kunnen er beroepskosten, inclusief de aanleg van een groepsverzekering, afgetrokken worden. Belangrijker echter, en daar wrong voor de nieuwe federale regering vooral het schoentje, zijn de auto en het woonhuis. Daarom is voor de bestuurder van een managementvennootschap het zogenaamde ‘voordeel van alle aard’ van de wagen fors verhoogd. Vooral wie met een dure wagen rijdt, voelt dat. Hetzelfde geldt voor de woning die door de vennootschap werd gekocht maar ook door bestuurder voor privé-doeleinden wordt gebruikt.
Staatssecretaris John Crombez wil echter nog verder gaan in de strijd tegen de managementvennootschappen die duidelijk werden opgericht met als doel belastingen te ontwijken. Voorlopig is het nog wachten op concrete maatregelen, maar dat het probleem acuut is mag blijken uit de fikse stijging van het aantal dergelijke vennootschappen die de jongste jaren werden opgericht.
Van een heksenjacht is volgens de staatssecretaris evenwel geen sprake. “Ik wil niet de managementvennootschappen aanpakken, maar het misbruik”, verklaarde hij onlangs nog in de zakenkrant De Tijd. “Die nuance verdwijnt totaal in het publieke debat. Nochtans heeft iedereen baat bij de aanpak van het misbruik. Het klopt niet een fiscale constructie op te zetten om amper belastingen te betalen, maar ondertussen wel gebruik te maken van onze wegen en crèches.“





