Om hoge successierechten te vermijden, kunt u er ook voor kiezen om onroerende goederen aan uw naasten te schenken. Bij de schenking van onroerende goederen spelen er een aantal factoren mee:
- de waarde van het onroerend goed
- de familiale band tussen schenker en begiftigde
- de fiscale woonplaats van de schenker
De tarieven op schenkingen zijn ook een regionale bevoegdheid. Het is de fiscale woonplaats van de schenker en niet de plaats van het onroerend goed of de plaats waar de notariële akte wordt ondertekend die mee het schenkingstarief bepaalt. Bovendien zijn de tarieven progressief. Hoe hoger de waarde van het onroerend goed, des te meer schenkingsrechten u betaalt. Tenslotte speelt ook de familiale band een rol. Hoe nauwer die is, des te minder schenkingsrechten u betaalt. De schenking van onroerend goed moet verlopen via een notaris.
Als de schenker van een onroerend goed overlijdt binnen de drie jaar na de schenking, dan moet die schenking in de nalatenschap van de schenker worden vermeld. Op de gedane schenking betaalt u evenwel geen successierechten meer. Wel wordt de schenking in rekening genomen bij het tarief van de successierechten op de nalatenschap van de erflater.
Als in voorgaande situatie het onroerend goed in het Vlaams Gewest ligt, dan wordt in de nalatenschap ‘splitting’ toegepast. Dit houdt in dat in voor een erfenis in rechte lijn een roerende en onroerende goederen gesplitst worden. Voor beide delen gelden dan de respectievelijke successietarieven. In het Waals en Brussel Hoofdstedelijk Gewest gaat deze fiscaal voordelige regel niet op.
Het is nu reeds de derde keer dat de maatregel wordt verlengd. Alleen worden er dit keer wel een aantal voorwaarden aan de maatregel gekoppeld. De vernieuwde maatregel die van kracht gaat op 1 januari 2012, legt de begiftigde een bouwplicht op. Binnen de vijf jaar moet hij zijn hoofdverblijfplaats hebben op de geschonken bouwgrond. De maatregel beperkt zich in vergelijking met vroeger ook enkel tot het Vlaams Gewest.




