De pensioenhervormingen die recent werden doorgevoerd, hebben een grote weerslag op het wel en wee van een groepsverzekering.
- Allereerst is sinds begin dit jaar het fiscale voordeel van uw groepsverzekeringsbijdragen beperkt tot 30%, waar dat vroeger kon oplopen tot 40%.
- De grote waardemeter blijft de 80%-regel, al voorziet het regeerakkoord een forfaitaire bovengrens voor deze regel : De som van uw wettelijk en aanvullend pensioen mag voortaan ‘het hoogste overheidspensioen’ niet overschrijden.
- Een derde en laatste maatregel heeft een weerslag op de eindbelasting. Wilt u uw kapitaal opnemen op uw 60ste, dan betaalt u daar 20% belastingen op. Op uw 61ste bent u de fiscus 18% verschuldigd. Tussen uw 62ste en 64ste betaalt u zoals voor de hervormingen 16,5%. Op uw 65ste wordt u belast aan 10%. Bovenop de eindbelasting betaalt u ook nog een solidariteits- en een Riziv-bijdrage.
Op einddatum van uw groepsverzekering kunt u kiezen voor een uitkering in rente of een uitkering onder de vorm van een kapitaal. Volgende situaties kunnen in dat geval onderscheiden worden :
- Als het pensioenplan uitgedrukt wordt onder de vorm van een rente, betaalt u hierop een RIZIV- en solidariteitsbijdrage. De rente die u dan wordt uitgekeerd, wordt bij uw pensioen gevoegd en belast volgens het progressieve stelsel.
- Als het pensioenplan uitgedrukt wordt onder de vorm van een kapitaal ontvangt u op de vervaldag het volledige bedrag. Op dat bedrag betaalt u dan de verschuldigde fiscale bijdragen (zie hiervoor). In dit geval heeft men steeds de mogelijkheid om alsnog de uitbetaling onder de vorm van een rente te laten gebeuren. Indien men hiervoor kiest wordt het kapitaal –na inhouding van de fiscale heffingen- omgezet in een rente waarvan de intresten onderworpen worden aan roerende voorheffing.





