We zagen wat een levensverzekering juist is en welke evolutie deze verzekeringsvorm de laatste jaren ondergaan heeft. Nu moeten we eens van nabij bekijken wie de begunstigde van een levensverzekering juist is/kan zijn.
Zoals gezegd, kan men bij een levensverzekering altijd vier partijen onderscheiden: de verzekeringsmaatschappij, de verzekeringsnemer, de verzekerde en de begunstigde. Wie deze begunstigde is, zal eerst en vooral afhangen van het type levensverzekering.
Gaat het om een kapitaal bij leven of aanvullend pensioenkapitaal, dan spreekt het vanzelf dat de begunstigde ook de verzekerde is. Hij is dan de ” begunstigde bij leven”. Het is maar logisch, we hebben hier uiteindelijk te maken met het aanvullend pensioen van de verzekerde. Let op, de verzekeringnemer kan iemand anders zijn, (bijv. een vennootschap waarvan de verzekerde een beheerder is). Het is ook het recht van de verzekeringsnemer alleen om de begunstigde aan te duiden, te wijzigen of te herroepen.
Spreekt men echter over een overlijdenskapitaal, dan kan men zich inderdaad de vraag stellen wie de begunstigde kan zijn. De begunstigde bij overlijden krijgt de uitkering bij het overlijden van de verzekerde, indien deze gebeurtenis zich voordoet vóór de vermelde datum (in de gecombineerde vorm van levensverzekering). Vaak houdt men zich niet echt bezig met het aanduiden van de begunstigde en aanvaardt men de standaardformules van de verzekeringscontracten. Daarin wordt meestal vermeld dat het kapitaal uitgekeerd wordt aan de echtgeno(o)t(e), bij gebrek daaraan, aan de kinderen, en bij gebrek daaraan, aan de wettelijke erfgenamen.
Men moet echter voorzichtig zijn met bepaalde aanduidingen. Tegenover een generieke aanduiding (bijv. “mijn echtgenote”), staat de nominatieve aanduiding. De eerste aanduiding zal bij een eventuele echtscheiding en hertrouwen tot gevolg hebben dat een andere persoon de begunstigde wordt. Bij een nominatieve aanduiding zal, in dezelfde situatie, de eerste echtgenote de begunstigde blijven, als men er niet aan gedacht heeft de naam van de begunstigde te wijzigen! Ook wanneer men zijn kinderen aanduidt, moet men voorzichtig zijn. Duidt iemand als begunstigde “mijn kinderen” aan, dan zullen alle kinderen op gelijke voet staan, ook kinderen die na het opstellen van het contract geboren zijn of die uit een tweede huwelijk komen. Duidt men echter bepaalde kinderen nominatief aan, dan zullen alle kinderen die niet expliciet vermeld staan, niets krijgen. Duidt men iemand aan waarmee geen rechtstreekse familiebanden bestaan, dan spreekt het vanzelf dat een nominatieve aanduiding verplicht is.
Dit zal niet het gevolg zijn van een verstrooidheid bij het opstellen van het contract. Zoiets zal men wel niet vergeten, vermits het standaard voorzien is in het contract. Toch kan het gebeuren dat er geen begunstigde is, omdat die persoon overleden is vóór de verzekerde, en men er niet aan gedacht heeft een nieuwe begunstigde aan te duiden. In dat geval spreekt men van een subsidiaire begunstigde. Dit kan een bloedverwante of een aangeduide persoon zijn. Zonder subsidiaire begunstigde kan de verzekeringsnemer of de nalatenschap ervan de som uitbetaald krijgen.
Men moet dus voorzichtig zijn bij het opstellen van een levensverzekering en bij de aanduiding van de begunstigde. Het is eigenlijk een vorm van successieplanning en alle voorzorgen in dit kader zijn ook hier van toepassing.






