De evolutie van de inflatie in België en Europa

Wij zagen wat inflatie juist inhoudt en welke de negatieve en eventueel positieve aspecten ervan waren. Nu moeten we eens bekijken hoe deze in ons land en in Europa evolueert. De inflatie is op het ogenblik zeker niet de grootste zorg van onze politieke leiders.  De werkloosheid, de budgettaire inspanningen en de monetaire problemen vragen veel meer aandacht. Toch mag men de evolutie van de inflatie nooit uit het oog verliezen, omdat de invloed ervan op de economie belangrijk is.

Evolutie in Europa
Als we niet te ver teruggaan in de geschiedenis, dan stellen we vast dat de laatste grote pieken van inflatie in Europa plaatshadden in het zog van de petroleumcrisissen van 1973 en 1979. Toen steeg de inflatie respectievelijk tot boven 15 en 10 %. Dichter bij ons, in het jaar 1991, bereikte de inflatie een hoogte van 5 %.  Dan volgde een daling tot begin ’99, toen de inflatie onder 1 % lag. In de daaropvolgende jaren schommelde de inflatie tussen 2 en 3 %, om plots een hoogte van 4 % te halen op het ogenblik van de nieuwe plotse olieprijsstijging en van de beurscrisis in 2008. De schok van deze crisis veroorzaakte reeds in 2009 even plots een daling tot onder de 0 %, dus een kleine deflatie. Dan steeg de inflatie weer, om in 2011 3 % te bereiken.  Dit jaar moeten we weer een daling vaststellen tot nauwelijks boven 1 %.

Een inflatie van 2 tot 3 % per jaar heet een normale of lage inflatie, we moeten bijgevolg constateren dat we in de laatste jaren geen abnormale inflatie gekend hebben (of toch niet lang). Het handhaven van zulk een lage inflatie is een belangrijk doel van de Europese Centrale Bank (ECB) die het uitgeven van het geld beheert en bijgevolg het monetair beleid voert.  In de EU wordt de consumentenprijsinflatie gemeten met het Geharmoniseerd indexcijfer van de consumptieprijzen (GICP).

…en in België
In ons land wordt de inflatie gemeten aan de hand van het indexcijfer van de consumptieprijzen. Het indexcijfer van de consumptieprijzen geeft het verloop weer van het prijspeil van een goederen- en dienstenpakket dat representatief is voor de gemiddelde uitgaven van de gezinnen. Het is duidelijk dat ons land een zeer “open” economie heeft, en dat de inflatie bij ons aanleunt bij het Europese gemiddelde. Vaak zal die bij ons wel hoger liggen dan in de rest van Europa, o.m. omwille van het mechanisme van de index en van de geïmporteerde inflatie.  Zo bereikte de consumptieprijzenindex in 2009 de 6 % (t.o.v. 4 % als Europees gemiddelde).  Voor april van dit jaar bedraagt de inflatie in ons land juist 1 %, met een jaargemiddelde van 1,19 %. We mogen ons dus gelukkig achten.

Bij onze buren
De inflatie (of het ontbreken ervan) kan in bepaalde landen ook een teken zijn van de toestand van de economie. Zo moet men vaststellen dat de inflatie in Griekenland sinds november 2012 onder 1 % ligt, en sinds maart 2013 zelfs negatief is.  Men heeft er dus een deflatie.  Niet echt een teken dat de economie goed draait… In onzekere tijden gaan de mensen immers niet veel geld uitgeven.  In Duitsland, daarentegen, bedraagt de inflatie actueel 1,4 % en in Luxemburg zelfs 1,9 %.

Inflatie is voor onze portefeuille nooit een goede zaak, een gebrek aan inflatie kan ook een teken zijn dat de economie niet goed draait.  Inflatie, ja, maar met mate.

  • Twitter
  • LinkedIn
  • Facebook
Zelf kapitale vragen? Vind een adviseur in uw buurt >

, , , , , , ,