Dekking kleine risico’s dezelfde voor iedereen?

Sinds 2008 zijn ook zelfstandigen verzekerd tegen de zgn. kleine risico’s in de ziekteverzekering. Wat houdt dit in?

Kleine of grote risico’s?

Vóór 2008 waren zelfstandigen enkel verzekerd tegen de zgn. grote risico’s. Voorbeelden daarvan zijn operatieve ingrepen, röntgenopnames, labo-onderzoeken … Zelfstandigen die ook verzekerd wilden zijn tegen de kleine risico’s, moesten daarvoor zelf naar een verzekeringsoplossing zoeken. Met kleine risico’s werden onder andere consultaties bij een huisarts of specialist, tandverzorging en kinesitherapie bedoeld.

Zelfstandigen = werknemers

Met ingang van 2008 werden de kleine risico’s dus ook standaard opgenomen in de sociale bescherming van de zelfstandigen. Dit maakt dat zelfstandigen op dit vlak identiek dezelfde bescherming genieten als werknemers.

Of toch niet helemaal?

De ziekteverzekering zorgt er ook voor dat zelfstandigen, in geval van arbeidsongeschiktheid, een uitkering krijgen. Daar ligt wel nog een verschil met werknemers. Wie in loondienst werkt, heeft in het begin van de arbeidsongeschiktheid recht op een periode van gewaarborgd loon. Die periode duurt een maand. Voor zelfstandigen ligt dat anders. Zij krijgen gedurende de eerste maand arbeidsongeschiktheid helemaal niks. Vanaf de tweede maand ontvangen ze een forfaitaire dagvergoeding. Bij werknemers is dat een bepaald percentage van hun brutoloon.

  • Twitter
  • LinkedIn
  • Facebook

, , ,