Mag ik me als werkgever bemoeien met de levensstijl en fitheid van mijn werknemers?

We zagen dat een werkgever eigenlijk weinig kan doen om zijn werknemers te verplichten gezonder te gaan leven.  Hij kan zijn werknemer wijzen op de naleving van zijn arbeidscontract, waardoor hij zich verbindt bepaalde taken uit te voeren. Hij kan de controlearts inschakelen of de arbeidsgeneesheer van de onderneming vragen het probleem in alle discretie met de werknemer aan te kaarten. Hij kan ook preventief te werk gaan door bepaalde sportinstallaties ter beschikking te stellen. Maar veel verder kan de werkgever niet gaan.

Fitheid
Het is voor een werkgever zeer delicaat om het probleem van de levensstijl van een werknemer aan te kaarten. Hij riskeert namelijk zeer snel de grens van het privéleven van zijn medewerker te overschrijden. Het privéleven van de werknemer gaat inderdaad niemand anders aan en niemand mag zich hiermee moeien. De meeste mensen zullen het niet erg vinden als de werkgever zijn bezorgdheid uit over de gezondheid, men moet wel opletten niet te ver te gaan. De persoon die het best geplaatst is, is waarschijnlijk de bedrijfsarts, al is hij gebonden door het medisch geheim. Als de ongezonde levensstijl van een werknemer een kwalijke invloed kan hebben op de gezondheid/veiligheid van collega’s, kan de werkgever wel sterker staan. Maar sedert het verbod op het roken op de werkvloer, zijn deze gevallen zeldzamer geworden.

Veel zal ervan afhangen hoe de vertrouwensrelatie tussen de werkgever en de werknemer ligt. Is deze vertrouwensrelatie goed, dan kan de werkgever wel iets verder gaan. Essentieel is dat het volgens de zgn. “OEN- methodiek” gebeurt, namelijk open, eerlijk en neutraal. Omdat het precies om een privéaangelegenheid gaat, is het voor de werkgever van essentieel belang dat de werknemer inziet dat men hem wil helpen. Is deze vertrouwensrelatie minder nauw, dan kan de bedrijfsarts (of een vertrouwenspersoon van de onderneming) misschien een positieve rol spelen.

Levensstijl
De “levensstijl” is een zeer breed begrip. Werkgevers kunnen zich – terecht – zorgen maken over een ongezonde levensstijl van hun werknemers, aan de andere kant beklagen sommigen zich als hun werknemers te sportief zijn. Zo zien werkgevers soms niet graag dat hun medewerkers (in hun ogen) “gevaarlijke” sporten uitoefenen. In dit geval heeft de werkgever evenmin iets te zeggen. Wat iemand in zijn vrije tijd doet, gaat zijn werknemer niets aan. Hierop bestaat er wel een uitzondering: er is geen betaling van het gewaarborgd loon bij arbeidsongeschiktheid als gevolg van een sportongeval in een competitie waarvoor inkomgeld gevraagd wordt en waarvoor de deelnemers een vergoeding ontvangen. In dit geval spelen echter wel meestal andere verzekeringen.

Voor een werkgever is het dus altijd zeer delicaat zich te mengen in het privéleven van zijn werknemers. Wanneer het met vertrouwen gebeurt, zal het echter sneller positieve vruchten afwerpen.

  • Twitter
  • LinkedIn
  • Facebook

, , , , , ,