Nieuwe regels voor schuldsaldoverzekeringen

Sinds kort is de wet-Partyka, genoemd naar volksvertegenwoordiger Katrien Partyka, van kracht. Die wet zorgt ervoor dat schuldsaldoverzekeringen toegankelijker en betaalbaarder worden voor mensen met een verhoogd gezondheidsrisico, zoals kankerpatiënten die als genezen beschouwd worden.

Wie een hypothecair krediet afsluit, onderschrijft meestal ook een schuldsaldoverzekering. Die zorgt ervoor dat, als (één van) de kredietnemer(s) overlijdt, (een gedeelte van) de resterende leninglast wegvalt. Vaak verplichten kredietverstrekkers de kredietnemer om zo’n polis af te sluiten. Maar voor mensen met een verhoogd gezondheidsrisico is dit niet altijd evident. Verzekeraars vragen vaak hogere premies voor hen, omdat ze het overlijdensrisico hoger inschatten. De wet-Partyka wil ervoor zorgen dat ook mensen met een verhoogd gezondheidsrisico makkelijker toegang krijgen tot schuldsaldoverzekeringen en op die manier ook makkelijker een woning kunnen kopen, bouwen of verbouwen. Volgens de website van Katrien Partyka zou het gaan om 15.000 tot 18.000 betrokken consumenten in ons land.

Voor alle duidelijkheid: de wet is enkel en alleen van toepassing op de enige en eigen woning, dus niet op bijvoorbeeld het vakantiehuis. De wet creëert ook geen absoluut recht op een schuldsaldoverzekering. Mensen met een hoog overlijdensrisico zullen mogelijk geen schuldsaldoverzekering kunnen afsluiten. Ook kunnen verzekeraars niet verplicht worden om een verzekering te onderschrijven. De wet-Partyka wil er wel voor zorgen dat er meer transparantie komt.

Hoe werkt het in de praktijk?

  • Een man of vrouw met een verhoogd gezondheidsrisico doet een aanvraag voor een schuldsaldoverzekering bij een verzekeraar.
  • Als de verzekeraar de aanvraag weigert, een bijpremie aanrekent of bepaalde risico’s uitsluit, dan moet hij dit meedelen aan de klant. Ook moet hij de medische redenen voor de weigering, de uitsluiting of de bijpremie aangeven. Er rusten op de verzekeraar nog een aantal andere verplichtingen. De klant dient ook contactgegevens te ontvangen van de geneesheer van de verzekeraar waarbij hij meer informatie kan krijgen. Ten slotte kan de klant aan het zgn. Opvolgingsbureau vragen om een onderzoek in te stellen en te bekijken of zijn dossier in aanmerking komt voor het solidariteitsmechanisme van de Compensatiekas (zie verder).
  • De klant kan twee pistes volgen:
    • Hij laat aan zijn verzekeraar weten dat hij niet akkoord gaat met de bijpremie. In dat geval moet de verzekeraar aan zijn herverzekeraar vragen om de aanvraag te herbekijken. Binnen een termijn van 15 dagen moet de herverzekeraar de klant een antwoord geven.
    • Als de verzekeraar het risico weigert, bepaalde waarborgen uitsluit of een bijpremie vraagt van meer dan 75% van de basispremie, kan de klant zich meteen richten tot het Opvolgingsbureau.
  • Het Opvolgingsbureau bestaat uit vertegenwoordigers van de verzekeraars, de consumenten en de patiënten, en staat onder leiding van een magistraat. Het bureau zal de aanvraag opnieuw onderzoeken en binnen 15 dagen een nieuw voorstel doen aan de verzekeraar en de klant:
    • niet verzekeren
    • wel verzekeren, en tegen welk tarief.
  • De verzekeraar moet vervolgens aan het Bureau laten weten of hij dit voorstel aanvaardt. Zo ja, dan zal de klant een bijpremie van 125% moeten betalen. Het stuk van de premie boven 125% wordt betaald door de Compensatiekas. Hierbij geldt wel een plafond van 800%. De tussenkomst van de Compensatiekas geldt dus voor het gedeelte tussen 125% en 800%. Is de bijpremie hoger dan 200%, dan zal de verzekeraar enkel een standaardwaarborg bieden voor een maximaal verzekerd bedrag van € 200.000 voor een alleenstaande en voor maximaal 50% (met een maximum van € 200.000) voor een mede-ontlener.
  • Twitter
  • LinkedIn
  • Facebook

, ,