Waarop is de hogere roerende voorheffing van 27% van toepassing?

De regering-Michel verhoogt de roerende voorheffing vanaf 2016 naar 27%. Sparen en beleggen wordt dus duurder. Waarop is die verhoogde roerende voorheffing allemaal van toepassing? En waarop niet?



Wel van toepassing op  …

  • de intresten op uw zichtrekening, al zal dat wellicht niet veel soeps zijn
  • de intresten op termijnrekeningen
  • de rendementen van kasbons
  • de staatsbons (maar wellicht niet op het rendement van de zgn. Leterme-staatsbons uit 2011) en volksleningen
  • dividenden van beursgenoteerde aandelen
  • de meerwaarden uit fondsen die voor minstens 25% beleggen in vastrentende  producten
  • dividenden van coöperatieve aandelen (boven de drempel van € 190)

Mogelijk van toepassing op …

  • tak 21-levensverzekeringen die voorzien in een gewaarborgd rendement. U ontsnapt enkel aan de roerende voorheffing van 27% als uw polis voorziet in een overlijdensdekking van minstens 130% van de gestorte premies of als u het contract minstens acht jaar onaangeroerd laat.
  • Tak 23-levensverzekeringen: hierop is normaliter geen roerende voorheffing verschuldigd, tenzij uw tak 23-contract een gewaarborgd rendement bevat. In dat laatste geval kunt u de roerende voorheffing nog wel vermijden door het contract niet (ook niet gedeeltelijk) af te kopen binnen de acht jaar.

Niet voor uw spaarrekening

De verhoogde roerende voorheffing geldt niet voor de intresten op uw spaarrekeningen. Daarop betaalt u, boven de drempel van € 1.880, 15% roerende voorheffing. Bedraagt uw intrest minder dan € 1.880, dan betaalt u geen roerende voorheffing. De lage rentevoeten zorgen er uiteraard voor dat het maximumbedrag dat u kunt aanhouden op een spaarrekening zonder de drempel te overschrijven een stuk hoger ligt dan vroeger.

  • Twitter
  • LinkedIn
  • Facebook

, , , , , , , , ,