Je verloning: hoe ga je die samenstellen?

Je hebt dus de beslissing genomen een vennootschap op te richten en als bezoldigde bedrijfsleider aan de slag te gaan. Proficiat.  Je hebt ook beslist welke vorm deze vennootschap ging aannemen. Goed zo. Je weet hoeveel je uit de maatschappij kunt halen om comfortabel te leven. Nu volgt de volgende belangrijke stap: hoe ga je dat geld van de maatschappij krijgen? Het salaris is gelukkig niet de enige vorm van verloning. Lees hieronder hoe je het (o. m. fiscaal) echt interessant kunt maken.

Het loon

Het loon is natuurlijk de eerste en meest vanzelfsprekende vorm van verloning waaraan men denkt. De belastingdruk op het salaris is bij ons jammer genoeg zwaar. Het is dus misschien aanlokkelijk, maar helemaal niet interessant (te) veel te verdienen. Hoe meer je als loontrekkende verdient, hoe meer je aan personenbelasting betaalt – zo eenvoudig is het. Vergeet ook niet dat, hoe meer je verdient, hoe meer je werknemer – in casu je eigen maatschappij – aan lasten betaalt. In dit geval is een te hoog loon bijgevolg tweemaal oninteressant. Let op: in theorie is er geen ondergrens, je mag voor je eigen vennootschap zelfs gratis werken. Maar dan moet je wel kunnen verklaren van welke inkomsten je leeft…

Toch heeft een loon eveneens voordelen. De voordelen van de sociale zekerheid zijn voor een loontrekkende veel groter dan voor een zelfstandige. Het pensioen en de andere vormen van sociale bescherming zijn veel interessanter. Als bedrijfsleider kan je tevens genieten van voordelen in de personenbelasting, zoals de belastingvrije som, afbetaling van een lening, enz., maar ook van bijv. dienstencheques. 

Als je de zaak uit de andere hoek bekijkt – je bent hier werknemer, maar je maatschappij is je werkgever – is een loon eveneens interessant. Voor de vennootschap is het loon inderdaad een aftrekbare kost, en onder bepaalde voorwaarden is een verlaagd tarief in de vennootschapsbelasting mogelijk.

Dividenden

Je bent natuurlijk aandeelhouder van de maatschappij die opgericht hebt. En als er winst is, kan de vennootschap dividenden uitkeren aan de aandeelhouders. Dit is eveneens interessant. Toch heeft dit aspect de laatste jaren aan belangstelling moeten inboeten. Vijf jaar geleden lag de roerende voorheffing op dividenden nog op 15%. In 2013 steeg de voorheffing met maar liefst 10%, verleden jaar kwam daar nog 2% bij, en vanaf dit jaar bedraagt ze zelfs 30%! Toch bestaat er de mogelijkheid om deze verhoging te omzeilen voor kmo’s die na 1 juli 2013 opgericht werden, of die sinds die datum een kapitaalverhoging doorgevoerd hebben. Op winsten die minstens drie jaar na de inbreng zijn behaald, kan een dividend met een roerende voorheffing van 15% uitgekeerd worden.  Ook vennootschappen die zich niet in deze situatie bevinden, hebben bepaalde mogelijkheden om de verhoogde voorheffing te ontlopen.

Het loon en dividenden zijn echter niet de enige verloningsmogelijkheden voor een bezoldigde bedrijfsleider. Ziehier wat nog mogelijk (en interessant) is.

  • Twitter
  • LinkedIn
  • Facebook

, , , , , , , , , , , , , , ,