Nieuwe wetgeving over re-integratie van arbeidsongeschikte werknemers:
 wat verandert er voor u als werkgever?

Het aantal langdurig arbeidsongeschikten in ons land stijgt exponentieel. Vooral de groep die kampt met psychosociale aandoeningen (burn-out, depressie …) neemt fors toe. Preventiemaatregelen dringen zich op, maar ook een snelle reactie is belangrijk als iemand uitvalt. Sinds eind 2016 is de wetgeving over de re-integratie van langdurig arbeidsongeschikte werknemers aangepast. Wij zetten de belangrijkste nieuwigheden op een rijtje.

In de wetgeving zijn twee re-integratietrajecten opgenomen: één voor werknemers met een arbeidsovereenkomst, en één voor werknemers zonder arbeidsovereenkomst (bijvoorbeeld werklozen).

Werknemers met een arbeidsovereenkomst

Een re-integratietraject bestaat uit 5 fases:

  1. Opstart door de werknemer, de behandelende geneesheer, de adviserend geneesheer of de werkgever (pas mogelijk na 4 maanden arbeidsongeschiktheid of na ontvangst van een attest van definitieve arbeidsongeschiktheid van de behandelende geneesheer)
  2. De arbeidsgeneesheer beoordeelt de verdere mogelijkheden van de werknemer en trekt zijn conclusie
  3. Er vindt overleg plaats tussen de werkgever, werknemer, arbeidsgeneesheer … over de mogelijke aanpassingen van de werkplaats, het werk zelf, de werkuren …
  4. De genomen beslissingen worden in een plan uitgeschreven.
  5. Het plan wordt uitgevoerd en later eventueel bijgestuurd.

Werknemers zonder arbeidsovereenkomst

De adviserend geneesheer van het ziekenfonds zoekt samen met regionale tewerkstellingsdiensten naar aangepaste tewerkstellingsmogelijkheden.

Nieuw voor de werkgever

  • De werkgever moet voortaan een actieve rol in het re-integratieproces opnemen. Zo kunt u als werkgever voortaan zelf een re-integratietraject opstarten, al kan dit wel pas na 4 maanden.
  • Verder is de werkgever verplicht om een re-integratieplan uit te werken als de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer besloten heeft dat de werknemer tijdelijk of definitief ongeschikt is om het overeengekomen werk terug op te nemen, maar wel aangepast of ander werk kan uitvoeren. Hierbij wordt overleg gepleegd met de werknemer en de preventie-adviseur-arbeidsgeneesheer. Als u van mening bent dat het niet mogelijk is om aangepast of ander werk te voorzien, dan moet u dit schriftelijk motiveren.
  • Als de werknemer van oordeel is dat u als werkgever te weinig inspanningen geleverd hebt, dan kan hij naar de arbeidsrechtbank stappen. De werknemer kan ook het plan van de werkgever weigeren, maar dient dit te motiveren.
  • Twitter
  • LinkedIn
  • Facebook

, , , ,