Re-integratie van arbeidsongeschikte werknemers: wat is de rol van de arbeidsgeneesheer?

In een vorig artikel gaven we al aan dat de wetgeving voortaan re-integratietrajecten voorziet voor langdurig arbeidsongeschikte werknemers. Een belangrijke rol is daarbij weggelegd voor de preventie-adviseur-arbeidsgeneesheer. Die moet immers de toekomstige capaciteiten van de betrokken werknemer beoordelen. Maar welke conclusies zijn er mogelijk en wat kunt en moet u doen als werkgever?

Na de opstart van een re-integratietraject, zal de preventie-adviseur-arbeidsgeneesheer nagaan welke arbeidsmogelijkheden de betrokken werknemer nog heeft. Vooraleer tot conclusies over te gaan, overlegt de preventie-adviseur-arbeidsgeneesheer met de werknemer, de behandelende arts, andere preventie-adviseurs en wordt mogelijk ook de werkpost onderzocht.

De preventie-adviseur-arbeidsgeneesheer kan tot drie verschillende conclusies komen*:

  1. De betrokken werknemer kan tijdelijk zijn overeengekomen job niet uitvoeren. Later zal hij dit wel terug kunnen. Er moet dan ook beslist worden of er tijdelijk aangepast werk nodig is of niet.
  2. De werknemer zal het overeengekomen werk nooit meer kunnen uitvoeren. Opnieuw moet bekeken worden of aangepast werk mogelijk is of niet. De werknemer kan tegen deze beslissing beroep aantekenen.
  3. Op dit moment is het nog niet zinvol om een re-integratietraject op te starten. Dit wordt later opnieuw beoordeeld.

*Als de werknemer gewoon terug aan de slag kan in de overeengekomen functie, dan wordt er geen re-integratietraject uitgerold.

In een volgende fase bespreekt de preventie-adviseur-arbeidsgeneesheer met de werkgever of de werkpost of het werk aangepast kan worden.

  • Twitter
  • LinkedIn
  • Facebook

, , , ,