Ons erfrecht: nog enkele weetjes

We hebben het huidige en toekomstige erfrecht nu uitvoerig behandeld. Toch vonden we het interessant nog enkele moeilijk te klasseren weetjes aan te kaarten.

Invoegetreding van de wet

We hebben het hier gehad over een wetsvoorstel dat eind januari 2017 in de Kamer werd ingediend. Na advies van de raad van state op 20 april 2017, werd de wet op 31 juli 2017 goedgekeurd en op 1 september van hetzelfde jaar in het Staatsblad gepubliceerd. De wet zal in voege treden op 1 september 2018. Tijdens de overgangsperiode, tot het in voege treden van de wet, kunnen de huidige regels nog gehanteerd worden. Opgelet, enkele artikels van de nieuwe wet zijn echter reeds op de dag van de publicatie in het Staatsblad in werking getreden.

Hoe gebeurt de overgang?

Wanneer een wet verandert, kan men zich de vraag stellen welke regels men moet volgen. Hoe zal de uitvoering gebeuren van de nalatenschap van iemand die reeds een schenking gedaan heeft, dus volgens de vroegere wet?

Wel, het principe is eenvoudig: of een schenking al dan niet ingebracht moet worden in de nalatenschap, zal bepaald worden door de regels in voege op de datum van de schenking. Maar de wijze waarop de schenking ingebracht moet worden, wordt bepaald door de regels van kracht op de datum van het overlijden.

Met een voorbeeld wordt dit duidelijker. 

Een erflater laat vandaag een onroerend goed aan één van zijn erfgenamen die geen kind van hem is. Moet deze schenking ingebracht worden?

Ja, volgens de huidige wetteksten moet deze schenking in de nalatenschap ingebracht worden, want de actuele teksten veronderstellen dat de schenker alle wettelijke erfgenamen gelijk wil behandelen, (tenzij hij uitdrukkelijk anders voorziet). Dit geldt ook indien de erflater later sterft. Al sterft de erflater binnen 20 jaar, ook dan zal deze schenking binnen 20 jaar in de nalatenschap ingebracht moeten worden.

Vindt de schenking plaats na 1 september 2018, dan hoeft zij niet meer ingebracht te worden, want de nieuwe wet veronderstelt niet meer dat een schenker alle erfgenamen, die geen kind zijn, gelijk wil behandelen.

Maar hoe zal deze schenking ingebracht moeten worden? Wel, volgens de regels in voege op de dag van de opening van het testament, binnen 20 jaar.  De inbreng zal moeten gebeuren tegen de waarde van de schenking op de dag ervan, maar geïndexeerd tot de dag van het overlijden van de erflater (d.w.z. volgens de nieuwe wet, die rekening wil houden met de stijging van de levensduurte sinds de dag van de schenking).

Vernieling van de schenking

In het huidige erfrecht wordt de waarde van de inbreng berekend op de dag van het overlijden van de erflater. Dit heeft als gevolg dat, indien een geschonken goed tussen de dag van de schenking en de dag van het overlijden van de erflater vernield wordt, bijvoorbeeld door een brand, deze schenking niet meer ingebracht moet worden. Inderdaad, de (vernielde) schenking heeft dan op de dag van het overlijden geen waarde meer. Na 2018 wordt de waarde van de schenking in principe bepaald op de dag van de schenking, met indexering tot aan de dag van het overlijden. In bovenvermelde situatie zal de schenking in de toekomst dus wel ingebracht moeten worden.

Toekomst?

Voor de hervorming van het erfrecht is de kogel door de kerk. Nu volgt de modernisering van het relatievermogensrecht. Later hierover meer.

  • Twitter
  • LinkedIn
  • Facebook

, , , , , , , , , , , ,