Vroeger op pensioen door ziekte

Met ouder worden kan het gebeuren dat de gezondheid niet even goed blijft. Wat is er voorzien als iemand de pensioengerechtigde leeftijd nadert en plots zwaar en langdurig ziek wordt? Welke gevolgen heeft dit voor het pensioen?  Bestaat de mogelijkheid om vervroegd met pensioen te gaan om medische redenen?  Zo ja, voor wie, en onder welke voorwaarden?

Voor ambtenaren

Onze sociale wetgeving voorziet de mogelijkheid van een vervroegd pensioen om medische redenen … maar alleen voor ambtenaren.  Wanner hij ziek wordt, moet een statutair ambtenaar eerst zijn ziektedagen “opbruiken”. Als hij daarna nog altijd afwezig is wegens ziekte, kan de werkgever vragen na te gaan of de ambtenaar medisch gezien nog geschikt is om zijn functie verder uit te oefenen.  Is dit niet het geval, dan kan het nodig zijn om de ambtenaar om medische redenen vervroegd te pensioneren. De werkgever zal een aanvraag voor medisch onderzoek richten aan de cel pensioenen van de bevoegde dienst medische expertise. De betrokken ambtenaar zal dan onderzocht worden door de zogenaamde pensioencommissie. Deze commissie bestaat uit een arts van de dienst medische expertise en een arts niet-ambtenaar.

De pensioencommissie kan dan drie soorten beslissingen nemen. Ze kan beslissen dat de ambtenaar niet vroegtijdig gepensioneerd wordt, dat de ambtenaar toegelaten wordt tot het tijdelijk vroegtijdig pensioen of tot het definitief vroegtijdig pensioen. In dit laatste geval gaat de ambtenaar effectief met pensioen.  In het tweede geval wordt de tijdelijke pensionering toegekend voor een periode van 6 tot 12 maanden. Er volgt dan een nieuw onderzoek dat weer tot dezelfde beslissingen kan leiden. In het eerste geval wordt de ambtenaar (tijdelijk of definitief) geschikt bevonden voor een normale en regelmatige dienst, of (tijdelijk of definitief) voor een aangepast werk op een specifieke functie.

Ambtenaren die na hun 60ste verjaardag 365 kalenderdagen ziekteverlof hadden opgebruikt (222 werkdagen voor de Vlaamse Gemeenschap), werden automatisch op ziektepensioen geplaatst. Dit automatisme verdween vanaf 2016 voor de federale ambtenaren en het systeem wordt geharmoniseerd met de RIZIV-regeling die al van kracht was voor de werknemers in de privésector. 

Een ambtenaar van de federale overheid kan nu (2018) gepensioneerd worden (definitief vroegtijdig pensioen) wegens lichamelijke ongeschiktheid in volgende gevallen:

• Hij/zij wordt definitief lichamelijk ongeschikt bevonden door de bevoegde medische dienst (in veel gevallen Medex). 
• Hij/zij wordt ambtshalve gepensioneerd de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin hij/zij, sinds zijn/haar 63ste verjaardag (sinds 1 januari 2018), in totaal 365 kalenderdagen ziekteverlof en/of disponibiliteit wegens ziekte telt (opeenvolgend of verspreid over het jaar).

Let op: de berekening van het pensioen wegens lichamelijke ongeschiktheid is dezelfde als die van het gewone rustpensioen. 

Bij een definitief vroegtijdig pensioen spreekt de pensioencommissie zich ook uit over de graad van “verlies van zelfredzaamheid“. Deze erkenning geeft recht op een supplement bij de pensioenuitkering. De ziekteperiode wordt als een gelijkgestelde periode beschouwd en het loon dat voor de berekening van het pensioen gebruikt wordt, is het normaal fictief loon.

Het systeem af waarbij ambtenaren hun niet gebruikte ziektedagen (tot 21 dagen per jaar) konden opsparen tot aan het einde van hun loopbaan, werd in 2016 afgeschaft. De veranderingen uit 2016 zijn (voorlopig) alleen van kracht voor de federale ambtenaren. Op lange termijn zal dit het geval zijn voor alle andere ambtensaren (bv. die van de Vlaamse overheid), maar een exacte datum hierover is nog niet vastgelegd. Er bestaan verschillende systemen met een verschillend aantal dagen voor de verschillende gewesten, gemeenschappen, het onderwijs, de lokale besturen, enz. Het zal dus nog zeker een tijd duren voordat dit alles hervormd is. Op het ogenblik hebben alleen de federale overheid en het Vlaamse gewest hierover uitspraken gedaan.

Voor de anderen

Niet-ambtenaren hebben geen recht op zo’n gunstige behandeling. Hoe iemand verder betaald wordt, hangt af van zijn statuut. Een loontrekkende krijgt zijn loon nog een tijdje uitbetaald door zijn werkgever. Daarna krijgt hij een uitkering van het ziekenfonds, het Fonds voor Beroepsziekten of de arbeidsongevallenverzekeraar.  Die uitkering bedraagt een percentage van het (begrensd) loon. Een zelfstandige krijgt de eerste twee weken niets. Daarna krijgt hij een forfaitaire uitkering van het ziekenfonds. 

Duurt de ziekte van een loontrekkende meer dan een jaar, dan spreekt men tijdens de eerste 12 maanden van primaire arbeidsongeschiktheid. Daarna heeft men het over invaliditeit. Dit onderscheid heeft een invloed op de uitkering. De invaliditeit kan tot de pensioenleeftijd doorgaan. Wie arbeidsongeschikt is wegens ziekte (gedurende de eerste 12 maanden) of invaliditeit (na 12 maanden) hoeft u zich gelukkig geen zorgen te maken voor zijn later pensioen.  Deze periodes worden volledig gelijkgesteld. Het loon dat in aanmerking wordt genomen voor de berekening van het pensioen is het laatste effectief uitbetaalde brutoloon.

  • Twitter
  • LinkedIn
  • Facebook

, , , , , , , , , , , ,