Dwalen je ogen soms radeloos over de overvloed aan cijfertjes in de beurspagina’s van de krant? De namen van de beleggingsfondsen, die verdacht veel op elkaar lijken, spannen er de kroon. Wereldwijd bestaan er ongeveer 100.000 beleggingsfondsen. Maar die zijn niet allemaal even performant. Enkele zaken waarop je moet letten.
Wat is een beleggingsfonds?
Investeer je in een beleggingsfonds, dan verbind je je lot niet aan één bedrijf of overheid, maar spreid je het risico over de effecten die de fondsbeheerder selecteert. Die selectie gebeurt meestal in een bepaald instrument (aandelen, obligaties, fondsen,…) en op basis van een bepaalde filosofie. Je kan ook met een relatief klein kapitaal diversifiëren, wat bij een individuele aankoop teveel kosten met zich zou meebrengen. Bij een fonds betaal je wel beheerskosten en eventuele in-of uitstapkosten.
Welke categorieën bestaan er zoal?
Wie in individuele aandelen investeert, is dikwijls net een stap achter op professionele traders die de markten op de voet volgen. Nemen we de keuze van de filosofie als voorbeeld. Als je gelooft dat de bedrijven in Afrika de volgende jaren gouden zaken zullen doen, wordt het een huzarenstukje om één bepaald bedrijf te gaan opvolgen, tenzij je over bevoorrechte informatie beschikt. Dan stap je beter in een beleggingsfonds dat een brede waaier Afrikaanse aandelen of obligaties in portefeuille heeft.
Je zal ook een keuze moeten maken van het instrument waarin het fonds belegt. Dit is een extra mogelijkheid om je portefeuille te diversifiëren. Geloof jij in een comeback van de aandelenmarkten of beleg je liever in obligaties? Er bestaan ook fondsen die in grondstoffen, munten of zelfs in anderen fondsen investeren.
Veel fondsen bestaan in KAP en DIV versies. De dividend of distributie (DIV/DIS) versies keren op regelmatige basis een dividend uit, de kapitalisatie (KAP/CAP/Acc) versies sparen alle winsten op. Als je de koers van hetzelfde fonds in DIV of KAP versie bestudeert, dan zie je dus dat de KAP versie over de jaren heen sterker stijgt dan de DIV versie. De keuze voor één van beide varianten is sterk afhankelijk van het toepasselijke fiscale regime. Laat je op dit vlak dus goed informeren.
Uiteindelijk valt en staat een beleggingsfonds bij een goed beheer. En daar wringt het schoentje vaak, want fondsbeheerders hemelen zichzelf maar al te graag op. Een goede parameter is de historiek; welke return kon het fonds in de afgelopen jaren bieden, en hoe presteerde het in vergelijking met vergelijkbare fondsen? Wie leidt het fonds en welke prestaties heeft hij/zij al kunnen voorleggen?
Een gekende beleggingswebsite is morningstar.be. Op die site krijgt elk beleggingsfonds een rating, gaande van één tot vijf sterren, op basis van een wiskundige formule die het historisch rendement berekent, rekening houdend met het risico en de kosten. Uiteraard gaat het hier enkel om de geschiedenis, niemand weet wat de toekomst zal brengen…
Om beleggers beter te beschermen, keurde de Europese Unie in 2007 de MiFID-richtlijn goed. Deze beleggingsrichtlijn is vandaag nog niet van toepassing op verzekeringsproducten, maar daar komt binnenkort mogelijk verandering in. Wat is de stand van zaken?
Markets in Financial Instruments Directive (MiFID) is een Europese richtlijn uit 2007 die beleggers beter wil beschermen en financiële markten en producten transparanter wil maken. De MiFID-richtlijn is van toepassing op bepaalde financiële producten, zoals aandelen, obligaties, beleggingsfondsen en afgeleide producten. Op leningen en verzekeringsproducten heeft de richtlijn echter nog geen vat. MiFID geldt bovendien momenteel alleen voor banken, vermogensbeheerders en tussenpersonen van banken.
Op Europees niveau heeft MiFID een kader gecreëerd binnen roerende goederen kunnen worden verhandeld. Financiële instellingen moeten zich onder meer op een loyale en professionele wijze inzetten voor de belangen van de consument. Daarnaast heeft de consument recht op correcte en duidelijke informatie en diensten die afgestemd zijn op zijn specifieke situatie en profiel.
[box type="tick"]Wet-Cauwenberghs[/box]
In België is voor verzekeringstussenpersonen vandaag de wet-Cauwenberghs van toepassing. Deze wet uit 1995 beschermt de rechten van de verzekeringnemer, de verzekerde en de eventuele derden die betrokken zijn bij een verzekeringsovereenkomst. De wet legt een verzekeringstussenpersoon een informatieplicht op ten opzichte van een verzekeringsnemer. Bovendien moet die tussenpersoon ook over een aantal bekwaamheidsvereisten beschikken.
De wet-Cauwenberghs bepaalt daarnaast ook dat in België niemand een activiteit in de (her)verzekeringsbemiddeling mag uitoefenen zonder toelating van de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten (FMSA).
[box type="tick"]MiFID voor verzekeringen?[/box]
De huidige toepassing van de MiFID-richtlijnen roept de nodige vragen op. Zo zijn er bijvoorbeeld duidelijke gelijkenissen tussen een tak 23-verzekeringsproduct, dat niet onder MiFID valt, en een beleggingsfonds, dat wel onder MiFID valt. Daarnaast kan een klant te maken krijgen met een verzekeringsmakelaar die tegelijkertijd ook bankagent is. Voor dezelfde persoon gelden dan in theorie verschillende transparantieregels, naargelang het aangeboden product.
Bovenstaande tegenstrijdigheden zorgen er mee voor dat naar alle waarschijnlijkheid de MiFID-richtlijn in de toekomst ook uitgebreid wordt tot verzekeringsoplossingen. “Deze thematiek leeft heel sterk op de verzekeringsmarkt. Momenteel wachten we op een voorzet vanuit de Europese Commissie”, zo luidt het bij Assuralia, de beroepsvereniging voor verzekeraars.
De verwachte tekst voor de verzekeringssector zal zeker geen kopie zijn van de bestaande transparantierichtlijnen. “De verzekeringsmarkt zoekt naar een tekst die inhaakt op de doelstellingen van MiFID”, aldus Assuralia.
Of de nieuwe richtlijn ook van toepassing zou zijn op tak 21-producten is niet zeker. “Laat het ons momenteel houden bij het feit dat de nieuwe richtlijn zal gelden voor beleggingsverzekeringen. Daaronder vallen ook enkele tak 21-producten, maar zeker niet elk tak 21-product is een beleggingsverzekering”, zo besluit Assuralia.
De federale regering onder leiding van premier Elio Di Rupo heeft niet veel vrienden gemaakt onder de spaarders en beleggers. In veel gevallen eist de fiscus voortaan een groter deel van hun inkomsten op.
De regering-Di Rupo treft de beleggers en spaarders op twee fronten. Vanaf aangiftejaar 2013 (inkomsten 2012) moeten zij hun roerende inkomsten aangeven in hun personenbelasting. Wie dat wil vermijden, betaalt 4 procent extra roerende voorheffing aan de bron. De maatregel is bestemd voor zij die jaarlijks meer dan 20.020 euro aan roerende inkomsten op zak steken. Ook wie deze drempel niet haalt, kan ervoor kiezen de extra 4 procent te betalen en op die manier vermijden dat de details van zijn investeringen bekend raken bij de fiscus. Discretie kopen kan dus.
Roerende inkomsten waarop sowieso al 4 procent extra roerende voorheffing werd geheven, blijven buiten schot. Het gaat dan vooral om dividenden uit gewone aandelen, waarop je nu al 25 procent roerende voorheffing betaalt.
Los van deze bijkomende heffing voor grote vermogens, neemt de roerende voorheffing op heel wat producten hoe dan ook toe. Voor bezitters van obligaties gaat ze van 15 naar 21 procent, net als voor die van aandelen met strips. Ook dividenden uit beleggingsfondsen en vastgoedbevaks worden vooraan belast aan 21 procent, behalve wanneer deze meer dan 60 procent beleggen in residentieel vastgoed.
Voor zichtrekeningen en niet-gereglementeerde spaarboekjes stijgt de roerende voorheffing van 15 naar 21 procent. Gereglementeerde spaarrekeningen blijven buiten schot. Wie er niet meer dan 1.830 euro rente uit puurt (inkomstenjaar 2012), betaalt geen roerende voorheffing.
Voor kasbons en termijnrekeningen gaat de roerende voorheffing van 15 naar 21 procent, net als voor staatsbons (met uitzondering van deze die werden uitgegeven tussen 24 november en 2 december 2011). Voor tak21- en tak23-producten en pensioensparen blijven de fiscale spelregels behouden, behalve aan het eind van de rit. Maar daar voel je voorlopig niets van.
Maar er is meer. Op de begrotingscontrole van maart werd besloten de beurstaks op een hele reeks effecten te verhogen van 0,22 tot 0,25 procent. In januari werd de taks al opgetrokken van 0,17 naar 0,22 procent. Obligaties blijven hier buiten schot.
Voor heel wat mensen bestaat beleggen uit aandelen kopen. Maar is er meer dan enkel aandelen: obligaties, goud en zelfs kunst, wijn en andere dingen die je niet meteen met beleggen associeert.
Wie een aandeel koopt, verwerft een stukje van een bedrijf en deelt daardoor in zowel de winsten als de verliezen van dat bedrijf. Hoe beter het bedrijf het doet, hoe meer je aandeel waard wordt. Je merkt het: aan aandelen zijn de nodige risico’s verbonden. Wie die risico’s wil vermijden, kiest beter voor obligaties. Die geven een vaste rente en kennen doorgaans een stabieler koersverloop, met als toemaatje dat je op de eindvervaldag je initiële investering terugkrijgt. Veel rijker zal je er niet van worden, maar de kans dat je je centen in rook ziet opgaan, is bijzonder klein.
[box type="tick"]Beleggen kan in meer dan enkel aandelen[/box]
Wie geen tijd heeft om zelf de financiële markten nauwgezet op te volgen, kan zijn geld toevertrouwen aan een beleggingsfonds. Sommige daarvan beleggen vooral of uitsluitend in aandelen, andere in obligaties. Het voordeel is dat een team van specialisten ervoor zorgt dat je centen, afhankelijk van hoeveel risico je bent bereid te lopen, zoveel mogelijk opbrengen.
Dat de Belg een geboren wordt met een baksteen in de maag, is ondertussen wel geweten. Terecht, wat vastgoed is een uitstekende belegging. Wie gelooft in een verdere stijging van de woningprijzen, kan ofwel zelf vastgoed kopen (wat niet meteen goedkoop is), ofwel beleggen in vastgoedbevaks die met de centen die ze bij het publiek ophalen woningen en/of kantoorgebouwen kopen.
De jongste jaren is goud ook erg populair als beleggingsinstrument. Dat heeft te maken met enerzijds de financiële crisis van 2008, anderzijds de euroschuldencrisis. Goud heeft nu eenmaal de reputatie van vluchthaven in turbulente tijden.
Steeds meer mensen vertrouwen (een deel van) hun geld toe aan alternatieve beleggingsvormen. Kunst bijvoorbeeld. Of wijn. Vooral de Japanners en sinds kort ook de Chinezen zijn er dol op. Wat meteen ook de enorme prijsstijging van topwijnen verklaart die de jongste jaren plaatsvond. Andere populaire alternatieve beleggingen zijn oude stripverhalen, postzegels, antieke munten en diamanten. De vuistregel is steeds dezelfde: investeer enkel in topkwaliteit en laat je adviseren door een specialist.
Beleggingen bestaan in alle maten en gewichten. Met als rode draad: hoe meer risico je neemt, hoe meer geld je kan verdienen. Of verliezen, want risico is een mes dat langs twee kanten snijdt…
Wie wil beleggen maar niet voldoende middelen heeft om zijn risico te spreiden over verschillende effecten of gewoonweg geen tijd heeft continu de financiële markten op te volgen, kan de aankoop van een beleggingsfonds overwegen. Specialisten doen dan het werk voor je.
Wie beslist te gaan beleggen, kan uiteraard zelf aandelen, obligaties en andere financiële producten kopen. Het voordeel is dat je dan zelf kiest in welke bedrijven je belegt en in welke niet. Maar er zijn ook nadelen. De praktijk leert dat het raadzaam is je beleggingen te spreiden over verschillende soorten effecten, landen en bedrijfssectoren. En om dat te doen, moet je al over een zeker startkapitaal beschikken.
[box type="tick"]Risico spreiden? Koop een beleggingsfonds![/box]
Daarom kan het interessant zijn je centen toe te vertrouwen aan een beleggingsfonds. Je kan zo’n fonds aankopen bij je gewone huisbankier. Het geld dat het fonds op die manier inzamelt, wordt beheerd door een team van fondsmanagers, zeg maar financiële specialisten. Het zijn zij die beslissen in welke bedrijven er geïnvesteerd wordt en wanneer het opportuun is bepaalde effecten uit het fonds te verkopen. De winst (of het verlies natuurlijk) die zij op die manier realiseren, wordt verdeeld onder de deelnemers aan het fonds. De fondsbeheerders publiceren ook regelmatig de inventariswaarde van het fonds, zodat je weet hoe het met je belegging gesteld is. Die inventariswaarde vind je terug in de financiële pers of op gespecialiseerde websites.
Er bestaan verschillende soorten fondsen. Sommige beleggen vooral of uitsluitend in aandelen, andere vooral is obligaties. Er bestaan ook fondsen die focussen op bepaalde geografische regio’s of zich specialiseren in welafgebakende sectoren zoals technologie. Nog andere fondsen investeren enkel in ethische of maatschappelijk verantwoorde projecten en organisaties. Zo is er voor iedereen wel een fonds waarin hij zich kan terugvinden.
Wanneer je inschrijft op een nieuw beleggingsfonds, rekent je bank je doorgaans een bepaalde instapkost aan. Vroeger werden vaak ook uitstapkosten gehanteerd, maar dat is de jongste jaren minder het geval.
In het kader van levensverzekeringsproducten word je soms om de oren geslagen met begrippen als tak 21, 23 en 26. Maar wat is nu precies het verschil tussen deze drie?
[box type="tick"]Tak 21[/box] Een tak-21-levensverzekering biedt u een gewaarborgd rendement, met eventueel een winstdeelname erbovenop. De winstdeelname is niet gegarandeerd, maar hangt af van de resultaten van de verzekeraar. Het gegarandeerde rendement ligt bij de meeste verzekeraars op dit moment tussen 2 en 3%. Bepaalde verzekeraar bieden ook tak-21-polissen aan met een gegarandeerd rendement van 0%. Dat betekent niet dat uw rendement op het einde van de rit nihil is, want waarom zou u anders zo’n polis onderschrijven? Het rendement van dergelijke polissen ligt doorgaans iets hoger dan bij een gegarandeerde rentevoet van 2 of 3%, omdat de beleggingspolitiek van de verzekeraar in dit kader iets dynamischer is. U moet dus een keuze maken: een gegarandeerd rendement of niet, met het uitzicht op een iets hogere winst.
Een tak 21-levensverzekering kan u een fiscaal voordeel opleveren. De details daaromtrent kunt u lezen in het artikel ‘de voor- en nadelen van een levensverzekering’. Ook kunt u aanvullende waarborgen onderschrijven, zoals een overlijdens- en een invaliditeitsdekking.
[box type="tick"]Tak 23[/box] Bij een tak 23-oplossing is er geen sprake van een gegarandeerd rendement. Het rendement hangt immers af van één of meerdere beleggingsfondsen waaraan deze polis gelinkt is. Doen die fondsen het goed, dan hebt u uitzicht op een mooi rendement. Maar als het slecht gaat, dan dreigt u een deel van uw ingelegd kapitaal te verliezen. Dat laatste is niet altijd het geval, aangezien er ook tak 23-producten aangeboden worden met kapitaalgaranties.
Belangrijk is dat u goed beseft waarin u belegt als het gaat om tak 23. U doet er goed aan om professioneel advies te vragen aan een makelaar, die de polissen van verschillende maatschappijen kan vergelijken. Ook interessant om weten is welke kosten er verbonden zijn aan een switch tussen onderliggende fondsen. Zo kunt u uw beleggingsstrategie eventueel wat bijspijkeren als de resultaten tegenvallen.
[box type="tick"]Tak 26[/box] Een tak 26-polis biedt u een gegarandeerd rendement. Maar dat is niet de belangrijkste troef van het product. Wel dat u geen 1,1%-premietaks moet betalen, wat welk het geval is bij tak 21 en 23. Daartegenover staat dat u wel roerende voorheffing moet betalen op het rendement. Die roerende voorheffing bedroeg tot nu 15%, maar de regering heeft een verhoging aangekondigd tot 21%. Dat zal uiteraard wegen op het rendement van uw polis.
Hoewel een tak 26-product wel degelijk een levensverzekering is, heeft het weinig weg van een traditionele verzekering. Er is geen verzekerde en geen begunstigde. Het is in feite een kapitalisatiecontract.
Ook bedrijven en verenigingen kunnen intekenen op een tak 26-polis.
U wilt natuurlijk het beste voor uw kind. Een vliegende start met een mooi spaarpotje is dan ook zeker meegenomen. Er zijn heel wat mogelijkheden om voor uw kind een bepaald kapitaal opzij te zetten. Wij geven enkele ideeën.
[box type="tick"]1. Spaarrekening[/box] Via een bestendige opdracht naar de spaarrekening van uw kind, kunt u al een aardig centje opzijzetten voor uw oogappel. Via een automatische opdracht vloeit er dus op vaste tijdstippen geld van uw rekening naar de rekening van uw kind.
Het probleem bij deze vorm van sparen is dat de ouders geen toegang hebben tot de rekening van het kind. Wilt u uw spaaropdracht geheimhouden of wilt u wachten tot uw kind een zekere leeftijd bereikt heeft alvorens u het geld overmaakt? Dan kan u kiezen voor een spaarrekening met derdenbeding. De rekening van uw kind komt dan op uw naam te staan en u kiest wanneer u alles op de naam van uw kind wilt overdragen. U kunt natuurlijk ook gewoon een spaarrekening op uw eigen naam openen en het bedrag dat daarop gespaard wordt op een bepaald moment overdragen naar uw kind(eren).
[box type="tick"]2. Levensverzekering[/box] Geeft u de voorkeur aan een levensverzekeringsproduct dan heeft u twee mogelijkheden: u kiest voor een tak 21- of een tak 23-product. Tak-21-oplossingen bieden een gewaarborgde rentevoet en eventueel een winstdeelname, afhankelijk van de resultaten van de maatschappij. Soms is er sprake van een kapitaalsgarantie, wanneer er geen gegarandeerd rendement geboden wordt.
Bij tak 23-producten zal uw rendement afhangen van de evolutie van een of meerdere onderliggende beleggingsfondsen. Belangrijk is dat u in zo’n geval goed uitkijkt in wat voor polis u investeert en of deze wel te rijmen valt met uw beleggingsprofiel. Neem niet teveel risico’s als u een eerder voorzichtige belegger bent.
In beide gevallen heeft u de mogelijkheid om een eenmalige premie te storten of om op regelmatige basis een vooropgesteld bedrag te storten. U stort dan bijvoorbeeld elke maand een bedrag storten. Zo beperkt u in zekere zin ook het risico van uw belegging. Als het onderliggende fonds zwak presteert, dan kunt u tegen een lagere prijs instappen.
Belangrijk is dat u goed nadenkt over de einddatum van de polis. Op welke leeftijd wil u uw kind een bepaald bedrag geven?
[box type="tick"]3. Beleggingsfonds[/box] U kunt ook investeren in een beleggingsfonds, zonder verzekeringsjasje. De modaliteiten (uitstapkosten, einddatum van het fonds) hangen af van fonds tot fonds.
[box type="tick"]4. Spaarproducten voor kinderen[/box] De meeste financiële instellingen bieden ook spaarproducten voor kinderen aan. U kunt dan ook investeren in één van deze talloze producten. Om ervoor te zorgen dat uw kind zijn rekening niet plundert voor zijn achttiende, heeft u de mogelijkheid te kiezen voor een BEM-clausule. Met deze clausule kan uw kind pas op zijn achttiende verjaardag zijn eigen centen beheren.
[box type="tick"]5. Vruchtgebruik[/box] U kan uw kinderen ook de naakte eigendom van uw huis schenken, terwijl u zelf het vruchtgebruik behoudt. U kunt dan levenslang in uw woning blijven wonen. Als u en uw partner overleden zijn, en het vruchtgebruik dus ophoudt, dan worden uw kinderen eigenaar van de woning zonder successierechten te moeten betalen.
Veel beleggers kijken machteloos toe hoe de crisis hen gijzelt. Toch kan beleggen tijdens een crisisperiode ook op een veilige manier.
[box type="tick"]1. Spreid uw risico[/box] De crisis heeft de meeste beleggers één levensles geleerd: risico’s moeten voldoende gespreid worden. Wie in het verleden op één paard heeft gewed, betaalt daar nu de prijs voor. Denk aan L&H- of Fortis-aandelen.
Maar er is meer. Zo volstaat het bijvoorbeeld niet om te investeren in slechts één fonds, hoewel dat op zich al een verzameling van aandelen en/of obligaties is. Het probleem met zo’n fonds is dat het vaak focust op één regio of één sector. Met alle mogelijke gevolgen van dien, als die sector of regio in de klappen deelt.
U kiest dus best voor een zo groot mogelijke spreiding. Als u daartoe bijvoorbeeld te weinig financiële ruimte hebt, dan kiest u nog altijd beter voor een gemengd fonds of een fonds met een zo groot mogelijke risicospreiding.
[box type="tick"]2. Bescherm uw kapitaal[/box] Als gevolg van de financiële crisis staan momenteel heel wat fondsen met kapitaalgarantie onder de intekenprijs genoteerd. Panikeer niet en verkoop zeker uw fondsen niet met verlies. Als u toch wenst over te gaan tot een verkoop, dan betaalt u namelijk nog uitstapkosten op de koop toe.
Wacht dan liever tot de eindvervaldag. Dan beschikt u opnieuw over uw beginkapitaal verminderd met de kosten.
[box type="tick"]3. Kwaliteit is belangrijker dan kwantiteit[/box] Tijdens de financiële crisis staan bijna alle aandelen lager genoteerd. Informeer u vóór de aankoop van aandelen over een aantal belangrijke parameters. Ga allereerst na hoe gezond een onderneming is. Hou daarnaast ook rekening met de uitgekeerde dividenden en het marktpotentieel van een onderneming.
Wees wel altijd op uw hoede. Zelfs een goedehuisvaderaandeel zou ooit in de problemen kunnen komen. Dat heeft de geschiedenis ons geleerd.
[box type="tick"]4. Denk defensief [/box] Veel pensioenspaarders met een pensioenspaarfonds zien hun opgebouwde kapitaal smelten als sneeuw voor de zon. Dergelijke spaarfondsen bestaan namelijk voor bijna 70% uit aandelen. Op korte termijn is deze situatie dan ook nefast, zeker als u nu beslist om uw geld op te halen. Als u iets meer geduld hebt, krijgt u zeker nog voldoende kansen om te verkopen.
Denk steeds in functie van uw eigen vermogen. Zorg ervoor dat u steeds over een buffer beschikt om moeilijke beursmomenten het hoofd te bieden.
[box type="tick"]5. Beleg op regelmatige basis [/box] Wie nu beslist om zijn aandelenpakket van de hand te doen, zou wel eens kunnen verschieten van de gemaakte verliezen. Kies dan liever voor een systematische manier van beleggen. Beleg op regelmatige basis een bepaald bedrag. Op die manier pikt u ook zeker uw graantje mee als de beurskoers laag staat.
Het kenmerk bij uitstek van een systematische belegger is zijn geduldige houding. Hij is er steeds van overtuigd dat de beurskoersen opnieuw zullen stijgen en hij met winst zal kunnen verkopen.
U wenst te beleggen, maar u hebt een hekel aan risico’s? Hebt u dan reeds gedacht aan de « absolute return »-fondsen? Deze fondsen zijn bijzonder geschikt voor de particuliere investeerders die geen risico’s wensen te nemen. Het principe van deze fondsen is inderdaad dat zij proberen zich te onttrekken aan de onzekerheden van de markt. Het voornaamste doel bij het beheer is de constante bescherming van 90 % van het geïnvesteerde kapitaal (Opgelet! Dit is geenszins een garantie). Hoe is dit mogelijk? De beheerders van deze fondsen mogen ze beheren zoals ze wensen, in functie van de schommelingen van de markt. Ze zijn volledig vrij een keuze te maken tussen obligaties, aandelen en thesaurie. Ondanks een echt succes bij hun ontstaan, enkele jaren geleden, hebben de « absolute return »-fondsen geen buitengewone rendementen gehad de drie laatste jaar. Dit is logisch, vermits hun doel er juist in bestaat de wisselvalligheden van de markt te verminderen: wanneer de markt goed gaat, zijn de effecten op de « absolute return »-fondsen minder groot dan op andere fondsen, die meer risico’s nemen. Maar het omgekeerde is ook waar, en daar ligt juist het interessante van deze fondsen! Wees niet bang te investeren! Kies voor « absolute return »-fondsen!
Waarom in ethische fondsen investeren?De ethiek, da’s wel goed, maar wat brengt het op? Verschillende studies hebben uitgemaakt dat ethische investeringen beter renderen dan andere. Het zou inderdaad logisch zijn dat een onderneming die goede relaties onderhoudt met zijn partners (werknemers, klanten, leveranciers, onderaannemers, en de maatschappij in het algemeen), meer kans zou hebben zijn winst te maximaliseren dan een onderneming die minder of zelfs helemaal niet sociaal verantwoordelijk is. De opinies hierover zijn echter verdeeld, en wij zullen daarom slechts beweren dat ethische fondsen niet minder rendabel zijn dan andere.De overheid, van haar kant, moedigt de ontwikkeling van ethische fondsen aan. Een maatregel die erop gericht is de aftrekbaarheid van het pensioensparen te verhogen, indien het ethisch geïnvesteerd wordt, zou ten laatste op 01/01/08 in voege moeten treden. Anderzijds biedt de overheid obligaties aan voor het Fonds voor Sociale Economie en het Energiefonds die fiscaal interessant zijn. Het indrukwekkende succes van deze operatie maakt sommigen ongerust, omdat zij zich afvragen of het aanbod aan ethische fondsen voldoende zal zijn om te beantwoorden aan de vraag op het ogenblik van het in voege treden van de maatregelen betreffende het pensioensparen.Ethische fondsen lijken dus in volle bloei. Modeverschijnsel of echte trendlijn? De toekomst zal het uitmaken. Eén zaak staat vast: het kernidee inzake ethische fondsen moet de doorzichtigheid zijn. Ethisch investeren, waarom niet? Maar de investeerder moet zeker zijn dat zijn geld goed gebruikt wordt!