U ondertekent een tak 23-levensverzekering om een mooi pensioenkapitaal op te bouwen of om het leven van uw nabestaanden financieel gemakkelijker te maken. Maar hoe zit het met de successierechten en kunnen deze een spelbreker zijn?
Wanneer u een levensverzekering onderschrijft, dan duidt u in één adem een begunstigde bij leven en een begunstigde bij overlijden aan. Als u vóór de eindvervaldag van de polis overlijdt, dan betaalt de begunstigde successierechten op het opgebouwde kapitaal. Er bestaan evenwel een aantal manieren om een levensverzekering voordeliger na te laten aan de begunstigde.
Successierechten
De successierechten die de begunstigde betaalt zijn onder andere afhankelijk van de graad van verwantschap met de erflater. Hoe nauwer de bloedband tussen erflater en begunstigde, hoe lager de successierechten.
Naast de graad van verwantschap spelen ook de waarde van de erfenis en de fiscale woonplaats van de overledene een rol.
Successieplanning
Een levensverzekering wordt vaak gebruikt om de successieplanning te stroomlijnen. Kinderen krijgen via een hand- of bankgift een som geld van de ouders. Dat geld investeren ze in een levensverzekering, ter waarde van de verwachte successierechten op de gift. De kinderen duiden zichzelf aan als begunstigde en hun ouders als verzekerden.
Het opgebouwde kapitaal wordt overgemaakt aan de kinderen als de ouders sterven. De begunstigden betalen hierop geen successierechten, op voorwaarde dat de hand- of bankgift minstens drie jaar voor het overlijden van de ouders heeft plaatsgevonden.
Aandelen aan toonder schenken of overdragen aan de volgende generatie was geen probleem. Maar zoals we gezien hebben, zullen deze weldra tot de verleden tijd behoren. Hoe gaat men dan nu best te werk om aandelen op naam of gedematerialiseerde aandelen over te dragen, bijvoorbeeld in het kader van een successieplanning?
[box type="tick"]Een rechtsgeldige schenking[/box]
Een schenking kan slechts rechtsgeldig zijn als ze volgens volgende vormen geschiedt:
Blijft natuurlijk de vraag of er geen manier bestaat om… dit te vermijden !
[box type="tick"]Via hand- of bankgift[/box]
De eerste legale, perfect aanvaarde manier om aan deze schenkingsrechten te ontsnappen is de schenking via handgift. We hebben trouwens reeds gezien hoe men hiervoor te werk moet gaan. Een handgift is vrijgesteld van schenkingsrechten en, na verloop van 3 jaar, eveneens van successierechten. Jammer genoeg is dit enkel mogelijk voor aandelen aan toonder, en we weten dat deze weldra niet meer zullen bestaan. Maar hoe zit het nu met aandelen op naam of gedematerialiseerde aandelen?
[box type="tick"]Overschrijving in het aandelenregister[/box]
De overschrijving in het aandelenregister is ook geen goede oplossing, omdat deze eigenlijk geen eigendomsoverdragend effect heeft. Dit biedt dus geen rechtszekerheid.
[box type="tick"]De schenking voor een Belgische notaris[/box]
Deze oplossing biedt de grootste rechtszekerheid. In dit geval moeten er echter wel degelijk schenkingsrechten betaald worden. Deze bedragen 3% in rechte lijn en 7% in de andere gevallen.
[box type="tick"]Een uitstapje naar Nederland…[/box]
Is er dan geen enkele manier om aan deze schenkingsrechten te ontsnappen, zult u vragen… Wees gerust, het kan! Indien u op een Nederlandse notaris beroep doet, zult u geen schenkingsrechten moeten betalen. U betaalt dan enkel het ereloon van de notaris (in functie van de grootte van de schenking), maar dat had u voor een Belgische notaris ook moeten betalen. In zulk geval moet, zoals in België, de schenker nog drie jaar in leven blijven. Men moet zich geen zorgen maken, een schenking voor een Nederlandse notaris is ook voor ons land volledig rechtsgeldig. De schenking via een Nederlandse notaris is vooral interessant bij grote bedragen of bij constructies met vruchtgebruik.
De schenker en zijn naasten moeten zich dus de vraag stellen of ze de duurdere procedure voor een Belgische notaris verkiezen, ofwel via een Nederlandse notaris gaan.
Aandelen zijn waardepapieren die dienen als bewijs van deelname in een kapitaal. Ze tonen aan dat de eigenaar aandeelgerechtigd is en dat hij wel degelijk de voorziene som gestort heeft.
[box type="tick"]De rechten van de aandeelhouders[/box]
Eigenaar zijn van aandelen brengt een reeks rechten met zich mee: stemrecht op de algemene vergadering van de aandeelhouders, dividenden, recht om het aandeel te verkopen, enz.. Dit eerste recht gaan we nauwkeuriger bekijken. Op de algemene vergadering van de aandeelhouders hebben, normaal gezien, alle aandeelhouders een stemrecht. Elk aandeel geeft recht op één stem, elke aandeelhouder heeft dus evenveel stemmen als aandelen. Op de algemene vergadering volstaat een gewone meerderheid om een voorstel aan te nemen. Dit kan betrekking hebben op een wijziging in de statuten van de vennootschap, op de uitkering van dividenden, op de overname of de fusie van de vennootschap, enz..
[box type="tick"]Aandelen zonder stemrecht…[/box]
Voor nv’s en bvba’s is er echter een bijkomende mogelijkheid. Deze vennootschappen kunnen, binnen bepaalde grenzen, aandelen uitgeven zonder stemrecht. Dit kan gebeuren bij de oprichting van een vennootschap of bij een latere kapitaalverhoging. Ook kunnen bestaande aandelen geconverteerd worden in aandelen zonder stemrecht. Men kan dit bijvoorbeeld doen om het mandaat van een bestuurder veilig te stellen ondanks een minderheidsaandeelhouderschap.
Deze aandelen zonder stemrecht mogen nooit meer dan 1/3 van het maatschappelijk kapitaal vertegenwoordigen, maar geven wel recht op evenveel dividend als aandelen met stemrecht.
Aandelen zonder stemrecht zijn bijvoorbeeld certificaten van aandelen. De certificaathouder heeft geen stemrecht op de aandeelhoudersvergadering; dit recht behoort toe aan een administratiekantoor. Aandelen die niet het kapitaal van een vennootschap vertegenwoordigen, maar bijv. een niet-financiële inbreng, zoals knowhow, geven geen stemrecht.
De toepassing van aandelen zonder stemrecht kan zich ook voordoen bij een opvolgingsregeling. Indien een bedrijfsleider, die voor 100 procent eigenaar is van het familiebedrijf, zijn zaak wenst over te dragen aan twee van zijn kinderen die er actief zullen zijn, zonder het derde kind te benadelen, kan hij het volgende doen. Hij kan beslissen 1/3 van de aandelen om te zetten in aandelen zonder stemrecht. De twee kinderen die in de zaak komen, krijgen de aandelen met stemrecht; het andere kind krijgt de aandelen zonder stemrecht. Zo krijgen de kinderen die in het bedrijf werken, de beslissingsbevoegdheid.
[box type="tick"]… behalve in bepaalde gevallen[/box]
Let op, in bepaalde bijzondere gevallen hebben houders van aandelen zonder stemrecht toch stemrecht ! Dit zal onder meer het geval zijn indien de regel van 1/3 (zie hierboven) niet gerespecteerd wordt, wanneer de algemene vergadering zich moet uitspreken over een wijziging van de aan elke soort van aandelen toegekende rechten, over de toekenning aan de raad van bestuur van de bevoegdheid om het kapitaal te verhogen of te verminderen, over een wijziging van het maatschappelijk doel, over de omzetting of de ontbinding van de vennootschap, enz.
Aandeelhouders zonder stemrecht zullen in bepaalde essentiële beslissingen dus toch hun woord te zeggen hebben.
Op een erfenis betalen de erfgenamen successierechten. Die kunnen in bepaalde scenario’s hoog oplopen. Heel wat mensen gaan daarom op zoek naar een fiscaal gunstige manier om hun vermogen na te laten. Waarmee moet u rekening houden bij het nalaten van roerende en onroerende goederen?
Hoe groter het vermogen dat u nalaat, des te meer successierechten uw erfgenamen betalen. U kunt die successierechten echter op diverse manier binnen de perken houden
Een schenking is de populairste manier om successierechten te vermijden. U schenkt tijdens uw leven een deel van uw vermogen aan een begunstigde. Die betaalt daar geen successierechten op als u drie jaar na de schenking nog in leven bent. Deze 3-jaar-regel kunt u via een bezoek aan de notaris zelfs volledig uitsluiten.
U kunt zowel roerende als onroerende goederen schenken. Hou er wel rekening mee dat een schenking in principe onherroepelijk is en dat u in sommige gevallen ook nog schenkingsrechten en notariskosten verschuldigd bent.
Stel, een erflater schenkt zijn woning. Hij kan toch nog blijven genieten van zijn gift als hij met voorbehoud van vruchtgebruik schenkt. In deze context krijgt de begunstigde alleen de naakte eigendom. De volle eigendom gaat pas op hem over als de erflater overlijdt. De begunstigde betaalt daarop dan ook geen successierechten meer. Zolang de erflater over het vruchtgebruik beschikt, draait hij ook op voor de kosten.
[box type="tick"]Gezinswoning[/box]
De gezinswoning is de woning waar u samen met uw gezin feitelijk samenwoont. Als u of uw partner overlijdt, betaalt de langstlevende normaliter successierechten op de woning. In de praktijk is de regelgeving echter veel soepeler. Zo betalen gehuwden, wettelijk samenwonenden en koppels die al meer dan drie jaar samenwonen geen rechten. In het Waalse en Brusselse Gewest geldt ook een gunstiger regime.
[box type="tick"]Levensverzekering[/box]
Een levensverzekering kan een handige tool zijn om de successierechten voor uw erfgenamen te drukken. U schenkt via een hand- of bankgift een bedrag aan bijvoorbeeld uw kinderen. Zij sluiten op uw hoofd met zichzelf als begunstigde een levensverzekering af ter waarde van de verwachte successierechten op de gift. Uw kinderen erven het volledige bedrag kosteloos, als u drie jaar na de hand- of bankgift nog in leven bent.
[box type="tick"]Huwelijkscontract[/box]
Een huwelijkscontract kan een interessante houvast zijn voor uw successieplanning, op voorwaarde dat u tenminste een goede clausule kiest. In veel gevallen kiezen mensen voor een ‘langst-leeft-al-heeft’-formule. Dit is vooral fiscaal weinig aantrekkelijk en geeft de erfgenaam maar een beperkte speelruimte.
Daartegenover staat een clausule met keuzebeding. Dat is voor een erfgenaam veel interessanter, aangezien hij over meer opties beschikt. Zo kan hij eigendommen in vruchtgebruik geven of slechts een gedeelte van de erfenis opeisen. Laat de verschillende mogelijkheden opnemen in het contract. Op die manier doet een erfgenaam zowel op fiscaal als juridisch vlak een goede zaak.
Hierboven staan een aantal manieren beschreven om de kosten op uw nalatenschap (roerende en onroerende goederen) te verminderen. Onderneemt u niets en laat u al uw eigendommen in de nalatenschap terechtkomen, dan betalen uw erfgenamen successierechten in verhouding tot de omvang van de nalatenschap, uw verblijfplaats en de graad van verwantschap met u.
Als u in het Vlaams Gewest woont, houdt u best ook rekening met de term ‘splitting‘. Roerende en onroerende goederen worden in dat Gewest namelijk apart belast. Dat betekent dat de totale pot kleiner wordt en uw erfgenamen dus minder belastingen betalen.
U kunt met een levensverzekering een mooi aanvullend pensioen opbouwen en het leven van uw nabestaanden financieel verlichten. Kunnen successierechten roet in het eten gooien?
Een levensverzekering kan u een aantal waarborgen bieden. Zo kunt u kiezen voor een overlijdensdekking, een invaliditeitsdekking, een waarborg ‘premievrijstelling’ bij invaliditeit,… U kunt een levensverzekering ook gebruiken om een mooi extra pensioenkapitaal op te bouwen. Maar naar wie gaat uw opgebouwde kapitaal als u overlijdt? En betaalt de begunstigde daar successierechten op?
Bij het onderschrijven van een levensverzekering duidt u een begunstigde bij leven en een begunstigde bij overlijden aan. Daarnaast kunt u kiezen voor een bijkomende overlijdensdekking. Deze extra dekking is hoofdzakelijk interessant als u uw nabestaanden niet wilt opzadelen met financiële zorgen na uw overlijden.
[box type="tick"]Successieplanning[/box]
Een levensverzekering wordt (onder de vorm van een tak 21- of een tak 23- product) vaak gebruikt door ouders in het kader van hun successieplanning. Via een hand- of bankgift schenken de ouders een som geld aan de kinderen. Op hun beurt sluiten de kinderen ter waarde van de verwachtte successierechten op de gift een levensverzekering af. In de polis duiden ze zichzelf aan als begunstigden en hun ouders als verzekerden.
Als de ouders sterven, wordt het opgebouwde kapitaal overgemaakt aan de kinderen zonder dat zij daarop successierechten moeten betalen. De kinderen moeten wel kunnen aantonen dat de hand- of bankgift minstens drie jaar vóór het overlijden van hun ouders heeft plaatsgevonden om successierechten te vermijden.
[box type="tick"]Successierechten[/box]
Het opgebouwde kapitaal van een levensverzekering valt buiten de nalatenschap, aangezien u niet als erfgenaam, maar via een contractuele clausule (‘beding ten behoeve van een derde’) een som in handen krijgt. De levensverzekering werd in een klein aantal gevallen gebruikt om reservataire erfgenamen te ‘onterven’ De wettige erfgenamen worden dankzij een nieuwe wet voortaan wel beter beschermd.
Als begunstigde van een levensverzekeringspolis betaalt u natuurlijk ook successierechten. Die tarieven zijn onder meer afhankelijk van de graad van verwantschap met de overleden verzekerde. Een begunstigde uit eerste lijn betaalt minder dan iemand uit de tweede of derde lijn.
Een belangrijk gegeven is dat een testament nu in een beperkt aantal gevallen ook de voorrang krijgt op een levensverzekering. Het bedrag van een levensverzekering gaat bij afwezigheid van een echtgenoot of kinderen over op de begunstigden in het testament. Als de wettelijke erfgenamen tevens de begunstigden zijn van de levensverzekering, dan valt het uitgekeerde kapitaal bij wijze van fictie vanaf nu in de nalatenschap.
Een verzekeringsnemer die echter van oordeel is dat de oude regeling beter aansluit bij zijn wensen, dient binnen de twee jaar een addendum toe te voegen aan de levensverzekering.
We zagen wat een levensverzekering juist is en welke evolutie deze verzekeringsvorm de laatste jaren ondergaan heeft. Nu moeten we eens van nabij bekijken wie de begunstigde van een levensverzekering juist is/kan zijn.
Zoals gezegd, kan men bij een levensverzekering altijd vier partijen onderscheiden: de verzekeringsmaatschappij, de verzekeringsnemer, de verzekerde en de begunstigde. Wie deze begunstigde is, zal eerst en vooral afhangen van het type levensverzekering.
[box type="tick"]Bij leven[/box]
Gaat het om een kapitaal bij leven of aanvullend pensioenkapitaal, dan spreekt het vanzelf dat de begunstigde ook de verzekerde is. Hij is dan de ” begunstigde bij leven”. Het is maar logisch, we hebben hier uiteindelijk te maken met het aanvullend pensioen van de verzekerde. Let op, de verzekeringnemer kan iemand anders zijn, (bijv. een vennootschap waarvan de verzekerde een beheerder is). Het is ook het recht van de verzekeringsnemer alleen om de begunstigde aan te duiden, te wijzigen of te herroepen.
[box type="tick"]Bij overlijden[/box]
Spreekt men echter over een overlijdenskapitaal, dan kan men zich inderdaad de vraag stellen wie de begunstigde kan zijn. De begunstigde bij overlijden krijgt de uitkering bij het overlijden van de verzekerde, indien deze gebeurtenis zich voordoet vóór de vermelde datum (in de gecombineerde vorm van levensverzekering). Vaak houdt men zich niet echt bezig met het aanduiden van de begunstigde en aanvaardt men de standaardformules van de verzekeringscontracten. Daarin wordt meestal vermeld dat het kapitaal uitgekeerd wordt aan de echtgeno(o)t(e), bij gebrek daaraan, aan de kinderen, en bij gebrek daaraan, aan de wettelijke erfgenamen.
Men moet echter voorzichtig zijn met bepaalde aanduidingen. Tegenover een generieke aanduiding (bijv. “mijn echtgenote”), staat de nominatieve aanduiding. De eerste aanduiding zal bij een eventuele echtscheiding en hertrouwen tot gevolg hebben dat een andere persoon de begunstigde wordt. Bij een nominatieve aanduiding zal, in dezelfde situatie, de eerste echtgenote de begunstigde blijven, als men er niet aan gedacht heeft de naam van de begunstigde te wijzigen! Ook wanneer men zijn kinderen aanduidt, moet men voorzichtig zijn. Duidt iemand als begunstigde “mijn kinderen” aan, dan zullen alle kinderen op gelijke voet staan, ook kinderen die na het opstellen van het contract geboren zijn of die uit een tweede huwelijk komen. Duidt men echter bepaalde kinderen nominatief aan, dan zullen alle kinderen die niet expliciet vermeld staan, niets krijgen. Duidt men iemand aan waarmee geen rechtstreekse familiebanden bestaan, dan spreekt het vanzelf dat een nominatieve aanduiding verplicht is.
[box type="tick"]Geen begunstigde[/box]
Dit zal niet het gevolg zijn van een verstrooidheid bij het opstellen van het contract. Zoiets zal men wel niet vergeten, vermits het standaard voorzien is in het contract. Toch kan het gebeuren dat er geen begunstigde is, omdat die persoon overleden is vóór de verzekerde, en men er niet aan gedacht heeft een nieuwe begunstigde aan te duiden. In dat geval spreekt men van een subsidiaire begunstigde. Dit kan een bloedverwante of een aangeduide persoon zijn. Zonder subsidiaire begunstigde kan de verzekeringsnemer of de nalatenschap ervan de som uitbetaald krijgen.
Men moet dus voorzichtig zijn bij het opstellen van een levensverzekering en bij de aanduiding van de begunstigde. Het is eigenlijk een vorm van successieplanning en alle voorzorgen in dit kader zijn ook hier van toepassing.
Zoals we in een ander artikel al aangaven, kan een levensverzekeringscontract perfect een overlijdenswaarborg bevatten. Op die manier wordt er een kapitaal uitgekeerd als de verzekerde overlijdt vóór de einddatum van de polis. Maar wat gebeurt er met de gestorte premies als de verzekerde overlijdt en de polis niet in een overlijdensdekking voorziet?
Laat ons één punt duidelijk maken: als u het bij het onderschrijven van een levensverzekering belangrijk acht dat uw nabestaanden ingeval u overlijdt geen financiële zorgen hebben, dan doet u er best aan om in uw polis een overlijdenswaarborg op te nemen. Die zal immers hoger uitvallen dan de opgebouwde reserve wanneer u vrij snel komt te overlijden. Als u evenwel maximaal wil mikken op de opbouw van een aanvullend pensioen (of een aanzienlijk extra kapitaal), dan is zo’n extra overlijdensdekking minder prioritair.
Stel, u onderschrijft een levensverzekering. Op dat moment moet u niet alleen een begunstigde aanduiden bij leven (dat bent u wellicht zelf), maar ook bij overlijden (dat kunt u uiteraard zelf niet zijn). Die begunstigde bij overlijden kunt u generiek benoemen (‘de nalatenschap’ of ‘de wettelijke erfgenamen’) of met een concrete persoon, met naam en toenaam (‘Greet Janssens’). Let op met combinaties, zoals ‘mijn echtgenote, Greet Janssens’, want op het moment van het overlijden is mogelijk dat dit niet langer overeenstemt met de werkelijkheid. Belangrijk is dat u beseft dat de aanduiding van een begunstigde geen bagatel is: dit heeft erg belangrijke gevolgen met het oog op uw successie!
Als u overlijdt, en de polis voorziet niet in een overlijdensdekking, dan wordt de reserve die tot dan toe in het contract opgebouwd is uitgekeerd aan de in de polis opgenomen begunstigde. Deze reserve neemt bij een tak 21-polis toe naarmate de looptijd van de polis vordert en er meer premies betaald zijn. Bij een tak 23-polis, waarbij het rendement afhangt van één of meerdere onderliggende beleggingsfondsen, wordt bij een voortijdig overlijden de waarde van het contract uitgekeerd.
Is er wel een overlijdenswaarborg voorzien in het contract, dan wordt dit kapitaal uitgekeerd aan de begunstigde. Uw makelaar vertelt u er alles over.
Een erfenis kan alle mogelijke vormen aannemen. Zo kunt u geld, een deel van de inboedel of zelfs een huisdier erven. Maar wat u als een woning in de schoot geworpen krijgt?
[box type="tick"]Gezinswoning of niet?[/box] In het Vlaams Gewest is het aandeel in de gezinswoning vrijgesteld van successierechten als het gaat om echtgenoten, wettelijk samenwonenden en in bepaalde gevallen ook feitelijk samenwonenden.
De voorwaarden voor de feitelijk samenwonenden zijn dat de partners:
In het Waals en Brussels Hoofdstedelijk is er geen volledige vrijstelling voor de gezinswoning, maar gelden er wel verlaagde tarieven voor de echtgenoot en de wettelijk samenwonende partner. In beide gewesten is die vermindering begrensd tot 250.000 euro. De resterende waarde wordt tegen het normale tarief belast.
Op een andere woning dan de gezinswoning betaalt u de gewone successierechten. Deze zijn afhankelijk van de lijn van verwantschap tot de erflater, de omvang van de erfenis en de woonplaats van overledene.
Bent u echter niet zeker of de erflater volledig schuldenvrij was, dan kunt u nog altijd de erfenis verwerpen of aanvaarden onder voorrecht van boedelbeschrijving.
[box type="tick"]Verwerping[/box] U legt bij de rechtbank een verklaring af waarin u zegt volledig afstand te doen van de erfenis. U draait niet op voor de schulden van de erflater, maar loopt aan de andere kant ook een eventuele eigendom mis.
[box type="tick"]Aanvaarding onder voorrecht van boedelbeschrijving[/box] Als u niet op de hoogte bent van de financiële toestand van de erflater, dan aanvaardt u misschien de erfenis beter onder voorrecht van boedelbeschrijving. In dat geval maakt de notaris een inventaris van de eigendommen en schulden van de erflater op.
Overtreft het vermogen van de overledene zijn schulden, dan wordt het verschil aan uw vermogen toegevoegd. In het andere geval ontsnapt u aan schuldeisers en bent u vrijgesteld van betaling van de schulden.
Hierbij een overzicht van de verschillende successietarieven in het Waals Gewest. In het Waals Gewest wordt geen opsplitsing tussen roerende en onroerende goederen gemaakt.
Hierbij een overzicht van de verschillende successietarieven in het Vlaams Gewest. In het Vlaams Gewest zijn de tarieven progressief en worden ze afzonderlijk toegepast op roerende en onroerende goederen (splitting).