Als u gehuwd bent onder het wettelijke stelsel, dan zal uw partner bij uw overlijden successierechten moeten betalen op de helft van het uitgekeerde kapitaal van een tak 21-polis die met gemeenschappelijk vermogen werd gefinancierd.
Een tak 21-levensverzekering kan overigens een handig instrument zijn als het om successieplanning gaat. Stel, de ouders schenken een bepaalde som via een bankgift aan hun kinderen, waarbij vervolgens de geschonken som als premie belegd wordt in een tak 21-levensverzekering op naam van de respectievelijke kinderen. Daarbij krijgen de ouders het genot van het rendement zolang ze leven en de kinderen kunnen het geld niet afhalen. Als de ouders overlijden, dan blijven de kinderen de verzekeringsnemer van het contract. Als de kinderen zouden overlijden vóór de ouders, dan kan worden voorzien dat het geld terugkeert naar de ouders. Op deze manier kan een gedeelte van het vermogen op een fiscaal voordelige manier overgedragen worden naar een volgende generatie. Belangrijk is wel dat de schenker na de schenking nog minstens drie jaar in leven blijft, tenzij de schenking plaatsvindt voor een Belgische notaris.
U ondertekent een tak 23-levensverzekering om een mooi pensioenkapitaal op te bouwen of om het leven van uw nabestaanden financieel gemakkelijker te maken. Maar hoe zit het met de successierechten en kunnen deze een spelbreker zijn?
Wanneer u een levensverzekering onderschrijft, dan duidt u in één adem een begunstigde bij leven en een begunstigde bij overlijden aan. Als u vóór de eindvervaldag van de polis overlijdt, dan betaalt de begunstigde successierechten op het opgebouwde kapitaal. Er bestaan evenwel een aantal manieren om een levensverzekering voordeliger na te laten aan de begunstigde.
Successierechten
De successierechten die de begunstigde betaalt zijn onder andere afhankelijk van de graad van verwantschap met de erflater. Hoe nauwer de bloedband tussen erflater en begunstigde, hoe lager de successierechten.
Naast de graad van verwantschap spelen ook de waarde van de erfenis en de fiscale woonplaats van de overledene een rol.
Successieplanning
Een levensverzekering wordt vaak gebruikt om de successieplanning te stroomlijnen. Kinderen krijgen via een hand- of bankgift een som geld van de ouders. Dat geld investeren ze in een levensverzekering, ter waarde van de verwachte successierechten op de gift. De kinderen duiden zichzelf aan als begunstigde en hun ouders als verzekerden.
Het opgebouwde kapitaal wordt overgemaakt aan de kinderen als de ouders sterven. De begunstigden betalen hierop geen successierechten, op voorwaarde dat de hand- of bankgift minstens drie jaar voor het overlijden van de ouders heeft plaatsgevonden.
Bij een overlijden wordt het vermogen overgedragen. Daarop betalen de erfgenamen successierechten. Het tarief daarvan verschilt per gewest, maar hangt ook af van de grootte-orde van de nalatenschap, van de manier waarop de erfenis verdeeld wordt en van de graad van verwantschap tussen de overledene en de erfgenamen.
Om deze berekening te vergemakkelijken, heeft Delta Lloyd Life een handige successiesimulator in het leven geroepen. Deze vindt u hier.
Welke tarieven zijn van toepassing?
De drie gewesten in ons land hanteren verschillende tarieven voor successierechten. Deze moeten betaald worden in het gewest waar de overledene zijn laatste fiscale woonplaats had. Via deze links vindt u de actuele tarieven: Vlaams Gewest, Brussels Hoofdstedelijk Gewest en Waals Gewest.
Hoe, wanneer en aan wie betalen?
De successierechten moeten betaald worden aan het registratiekantoor waar de nalatenschap dient aangegeven te worden. Opvallend is dat de successierechten niet alleen betaald kunnen worden per overschrijving, maar ook met kunstwerken … De erfgenamen hebben 2 maanden tijd om de successierechten te betalen. Deze termijn gaat in op de dag na het verstrijken van de indieningstermijn voor de aangifte van de nalatenschap. Die bedraagt vier maanden vanaf het overlijden als het overlijden in België plaatsvond. U hebt dus, bij een overlijden in België, zes maanden tijd om de successierechten op te hoesten.
Het is eventueel ook mogelijk om uitstel van betaling te krijgen, met een maximum van vijf jaar. Daartoe dient een gemotiveerd verzoek ingediend te worden.
Moet u een erfenis aanvaarden?
Neen, dat moet niet. Als u een erfenis aanvaardt, dan erft u niet alleen de activa, maar ook de schulden … Wanneer u denkt dat er veel schulden zijn, kunt u de erfenis verwerpen. Bent u niet zeker, dan kunt u ook aanvaarden ‘onder voorrecht van boedelbeschrijving’. In dat geval bent u zeker dat u niet meer schulden moet betalen dan u activa erft.
Notaris inschakelen
Voor de aangifte van een nalatenschap kunt u een beroep doen op een notaris, maar dat bent u niet verplicht. Uiteraard werkt een notaris niet gratis. Hij zal een ereloon aanrekenen dat samenhangt met de grootte-orde van de nalatenschap. Deze erelonen werden vastgelegd per KB. Op het ereloon dient sinds kort ook 21% btw betaald te worden.
Simulator
Zoals u merkt, is het niet altijd eenvoudig om de successierechten op een erfenis exact te berekenen. Bovendien moet rekening gehouden worden met het netto-aandeel van erfgenamen in de nalatenschap (roerende en onroerende goederen) en zijn er eventueel verminderingen op de successierechten van toepassing. Als u een gedetailleerde berekening van de successierechten op een nalatenschap wenst, dan kunt u terecht op de volgende simulator.
We zagen wat aandelen aan toonder zijn. Hierbij was de fysieke persoon of de rechtspersoon die het waardepapier kon “tonen”, de eigenaar van het aandeel en dus ook degene die zijn rechten als aandeelhouder van de vennootschap kon doen gelden. Aandelen op naam zijn de tegenhanger hiervan.
[box type="tick"]De eigenaar is met naam vermeld[/box]
Bij aandelen op naam telt niet wie het fysieke aandeel bezit, maar wel wiens naam op het aandeel vermeld is. Een aandeel op naam is dus gewoon een aandeel waarop de naam van de eigenaar vermeld staat. Wordt het fysieke aandeel vernietigd of gestolen, dan verandert er niets aan de rechtsverhouding met de vennootschap.
Deze aandelen zijn op naam van de betreffende aandeelhouder ingeschreven in een aandeelhoudersregister dat door de vennootschap gehouden wordt.
Aandelen op naam zijn het enige type aandeel in het geval van een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid (bvba), een coöperatieve vennootschap met beperkte aansprakelijkheid (cvba), een coöperatieve vennootschap met onbeperkte aansprakelijkheid (cvoa), een gewone commanditaire vennootschap (Comm.V.) en een vennootschap onder firma (vof). Voor een nv en een cva kunnen de aandelen op naam of aan toonder zijn. De statuten van de vennootschap bepalen dit.
[box type="tick"]De aandelen zijn geregistreerd[/box]
Bij aandelen op naam is de eigenaar geregistreerd en weet de overheid welke aandelen hij in bezit heeft. In dit geval is er geen mogelijkheid tot ontduiking, maar ook geen risico op diefstal.
De overdracht van aandelen op naam is veel omslachtiger dan die van aandelen aan toonder, omdat in dit geval een notariële akte nodig is. Deze akte moet onder meer de gegevens van de vennootschap, die van de overdrager en de ontvanger, de reden van de overdraging (aankoop, schenking, ruil,…), het aantal aandelen, enz. vermelden.
Er bestaat bij aandelen op naam dus ook geen mogelijkheid om successierechten te vermijden. Deze aandelen komen bijgevolg niet in aanmerking voor een handgift. Wenst men deze aandelen aan zijn kinderen te schenken, dan moet ook hier een notariële akte plaatshebben, en zal men schenkingsrechten moeten betalen op de waarde van de geschonken aandelen.
[box type="tick"]Het aandeelhoudersregister[/box]
De eigenaar van aandelen op naam staat vermeld in het aandeelhoudersregister. Dit register vermeldt o.m. de naam en het adres van alle aandeelhouders, de datum waarop elke aandeelhouder de aandelen verkregen heeft, de datum van erkenning van de vennootschap en het bedrag dat op ieder aandeel gestort is.
Zoals we gezien hebben, voorziet de wet dat alle aandelen aan toonder ten laatste op 31 december 2013 omgezet moeten worden in aandelen of naam of in gedematerialiseerde aandelen.
We beginnen met een nieuwe reeks artikels waarin we enkele min of meer ingewikkelde begrippen gaan toelichten om het onze lezers gemakkelijk te maken.
[box type="tick"]De “toonder” is de eigenaar[/box]
Een aandeel is het waardepapier dat dient als bewijs van deelname in een kapitaal, dat aantoont dat men aandeelgerechtigd is en dat men zich van zijn plicht om te storten heeft gekweten. Aandelen aan toonder (of bearer shares) zijn verhandelbare aandelen die “aan toonder” uitgegeven zijn. Voor elk aandeel is er dus slechts één certificaat en de persoon die dit aandeelcertificaat in handen heeft of toont (de “toonder”), is dus de eigenaar van het aandeel. Het fysieke aandeelbewijs geldt als eigendomsbewijs en wie in het bezit ervan is, kan zijn rechten als aandeelhouder van de vennootschap laten gelden.
De overdracht is zeer eenvoudig, want deze gebeurt door het overmaken aan een andere persoon. Deze aandelen kunnen gemakkelijk aan de volgende generatie doorgegeven worden, wat best via een handgift gebeurt. Zo is het niet moeilijk om successierechten te vermijden. Maar er is natuurlijk ook een gevaar op diefstal. Bij ons kunnen enkel een nv en een Comm. VA (commanditaire vennootschap op aandelen of CVA) aandelen aan toonder hebben.
[box type="tick"]Naamloos[/box]
In tegenstelling tot de aandelen op naam zijn de aandelen aan toonder niet met naam vermeld in de boeken van de vennootschap. Ze kunnen trouwens van eigenaar wisselen zonder dat de vennootschap ervan op de hoogte is. En vermits de eigenaar van deze aandelen niet bekend is, kan hij ontsnappen aan de betaling van een belasting op het ontvangen dividend. Daarom waren aandelen aan toonder door sommigen gegeerd en werden zij door de overheid met argwaan bekeken.
[box type="tick"]Weldra verleden tijd[/box]
De Wet van 14 december 2005 en het KB van 26 april 2007 hebben daarom de aandelen aan toonder afgeschaft. Deze afschaffing gebeurt in drie fasen:
[box type="tick"]Op naam of gedematerialiseerd[/box]
Wanneer de aandelen aan toonder van een vennootschap omgezet worden in aandelen op naam of in gedematerialiseerde aandelen, moet er een statutenwijziging bij notariële akte doorgevoerd worden. In het eerste geval zal er een register van aandeelhouders aangelegd worden waarin de informatie over de vennoten en hun aandelen vermeld wordt. De bestaande aandelen aan toonder moeten dan vernietigd worden. Bij de omzetting van aandelen aan toonder in gedematerialiseerde aandelen worden de gedrukte aandelen eveneens vernietigd. Ze worden vervangen door een effectenrekening bij een bankinstelling.
Aandelen aan toonder hebben door hun “discreet” karakter een zeker succes gekend. Eind volgend jaar komt hier definitief een eind aan.
Op een erfenis betalen de erfgenamen successierechten. Die kunnen in bepaalde scenario’s hoog oplopen. Heel wat mensen gaan daarom op zoek naar een fiscaal gunstige manier om hun vermogen na te laten. Waarmee moet u rekening houden bij het nalaten van roerende en onroerende goederen?
Hoe groter het vermogen dat u nalaat, des te meer successierechten uw erfgenamen betalen. U kunt die successierechten echter op diverse manier binnen de perken houden
Een schenking is de populairste manier om successierechten te vermijden. U schenkt tijdens uw leven een deel van uw vermogen aan een begunstigde. Die betaalt daar geen successierechten op als u drie jaar na de schenking nog in leven bent. Deze 3-jaar-regel kunt u via een bezoek aan de notaris zelfs volledig uitsluiten.
U kunt zowel roerende als onroerende goederen schenken. Hou er wel rekening mee dat een schenking in principe onherroepelijk is en dat u in sommige gevallen ook nog schenkingsrechten en notariskosten verschuldigd bent.
Stel, een erflater schenkt zijn woning. Hij kan toch nog blijven genieten van zijn gift als hij met voorbehoud van vruchtgebruik schenkt. In deze context krijgt de begunstigde alleen de naakte eigendom. De volle eigendom gaat pas op hem over als de erflater overlijdt. De begunstigde betaalt daarop dan ook geen successierechten meer. Zolang de erflater over het vruchtgebruik beschikt, draait hij ook op voor de kosten.
[box type="tick"]Gezinswoning[/box]
De gezinswoning is de woning waar u samen met uw gezin feitelijk samenwoont. Als u of uw partner overlijdt, betaalt de langstlevende normaliter successierechten op de woning. In de praktijk is de regelgeving echter veel soepeler. Zo betalen gehuwden, wettelijk samenwonenden en koppels die al meer dan drie jaar samenwonen geen rechten. In het Waalse en Brusselse Gewest geldt ook een gunstiger regime.
[box type="tick"]Levensverzekering[/box]
Een levensverzekering kan een handige tool zijn om de successierechten voor uw erfgenamen te drukken. U schenkt via een hand- of bankgift een bedrag aan bijvoorbeeld uw kinderen. Zij sluiten op uw hoofd met zichzelf als begunstigde een levensverzekering af ter waarde van de verwachte successierechten op de gift. Uw kinderen erven het volledige bedrag kosteloos, als u drie jaar na de hand- of bankgift nog in leven bent.
[box type="tick"]Huwelijkscontract[/box]
Een huwelijkscontract kan een interessante houvast zijn voor uw successieplanning, op voorwaarde dat u tenminste een goede clausule kiest. In veel gevallen kiezen mensen voor een ‘langst-leeft-al-heeft’-formule. Dit is vooral fiscaal weinig aantrekkelijk en geeft de erfgenaam maar een beperkte speelruimte.
Daartegenover staat een clausule met keuzebeding. Dat is voor een erfgenaam veel interessanter, aangezien hij over meer opties beschikt. Zo kan hij eigendommen in vruchtgebruik geven of slechts een gedeelte van de erfenis opeisen. Laat de verschillende mogelijkheden opnemen in het contract. Op die manier doet een erfgenaam zowel op fiscaal als juridisch vlak een goede zaak.
Hierboven staan een aantal manieren beschreven om de kosten op uw nalatenschap (roerende en onroerende goederen) te verminderen. Onderneemt u niets en laat u al uw eigendommen in de nalatenschap terechtkomen, dan betalen uw erfgenamen successierechten in verhouding tot de omvang van de nalatenschap, uw verblijfplaats en de graad van verwantschap met u.
Als u in het Vlaams Gewest woont, houdt u best ook rekening met de term ‘splitting‘. Roerende en onroerende goederen worden in dat Gewest namelijk apart belast. Dat betekent dat de totale pot kleiner wordt en uw erfgenamen dus minder belastingen betalen.
Een groepsverzekering is voor veel werknemers een mooie aanvulling op hun loon. Pas op hun pensioengerechtigde leeftijd keert het bedrijf het pensioenkapitaal uit. Maar wie heeft er bij een scheiding of overlijden recht op dat kapitaal?
In de discussie over de successierechten bij een groepsverzekering speelt de samenlevingsvorm van de partners een grote rol. De beroepsinkomsten van een getrouwd koppel vallen namelijk in één gemeenschappelijke pot als het echtpaar getrouwd is onder het wettelijke stelsel (gemeenschap van goederen) of algehele gemeenschap van goederen. Ook bij koppels die wettelijk samenwonen, vallen de beroepsinkomsten onder deze noemer.
Voor een koppel dat getrouwd is met scheiding van goederen doet deze regeling er niet toe. De beide partners beheren zelf hun beroepsinkomsten, aangezien er geen gemeenschappelijk vermogen is dat bij overlijden wordt ontbonden.
[box type="tick"]Grondwettelijk Hof[/box]
Op 27 juli 2011 beantwoordde het Grondwettelijk Hof de vraag of een groepsverzekering een eigen of een gemeenschappelijk goed is. De uitspraak luidde klaar en duidelijk: een groepsverzekering behoort tot het gemeenschappelijke vermogen. Het Hof baseerde zijn uitspraak op het beginsel van gelijkheid en niet-discriminatie, zoals vermeld in artikel 10 en 11 van de Grondwet. Wat zijn de gevolgen?
Deze uitspraak heeft verregaande gevolgen voor de opsplitsing van het gemeenschappelijk goed bij een echtscheiding of een overlijden. Een groepsverzekering maakt deel uit van het gemeenschappelijke vermogen en komt dus mee in de totale successiepot.
Het gaat voor alle duidelijkheid over het kapitaal in de groepsverzekering dat werd opgebouwd tijdens het huwelijk. Wat de partners spaarden vóór het huwelijk behoort tot hun eigen vermogen.
[box type="tick"]Successierechten?[/box]
De werknemer krijgt bij een groepsverzekering vaak de mogelijkheid om een begunstigde bij overlijden aan te duiden. Het professionele statuut speelt daarbij een belangrijke rol. Een pensioenkapitaal van een werknemer dat wordt uitgekeerd aan de echtgenote of aan de kinderen jonger dan 21 jaar is belastingvrij. Een pensioenkapitaal dat wordt uitgekeerd aan de erfgenamen van een zelfstandige wordt daarentegen wel belast.
Als de werknemer in de polis iemand anders als begunstigde aanduidt, dan betaalt deze persoon wel de vereiste successierechten. Die variëren van gewest tot gewest en zijn daarnaast ook afhankelijk van de omvang van de erfenis en de lijn van verwantschap tussen de overledene en de begunstigde.
[box type="tick"]Uitgekeerd bedrag[/box]
Als eenmaal duidelijk is of er successierechten betaald moeten worden, dan blijft enkel nog de vraag op welk bedrag dat zal gebeuren. In de meeste gevallen komt dat bedrag neer op het nettobedrag van de uitkering. Als een overlijdenskapitaal wordt uitgekeerd onder de vorm van een rente, dan wordt de jaarlijkse rente vermenigvuldigd met een coëfficiënt, afhankelijk van de leeftijd van de begunstigde.
U kunt met een levensverzekering een mooi aanvullend pensioen opbouwen en het leven van uw nabestaanden financieel verlichten. Kunnen successierechten roet in het eten gooien?
Een levensverzekering kan u een aantal waarborgen bieden. Zo kunt u kiezen voor een overlijdensdekking, een invaliditeitsdekking, een waarborg ‘premievrijstelling’ bij invaliditeit,… U kunt een levensverzekering ook gebruiken om een mooi extra pensioenkapitaal op te bouwen. Maar naar wie gaat uw opgebouwde kapitaal als u overlijdt? En betaalt de begunstigde daar successierechten op?
Bij het onderschrijven van een levensverzekering duidt u een begunstigde bij leven en een begunstigde bij overlijden aan. Daarnaast kunt u kiezen voor een bijkomende overlijdensdekking. Deze extra dekking is hoofdzakelijk interessant als u uw nabestaanden niet wilt opzadelen met financiële zorgen na uw overlijden.
[box type="tick"]Successieplanning[/box]
Een levensverzekering wordt (onder de vorm van een tak 21- of een tak 23- product) vaak gebruikt door ouders in het kader van hun successieplanning. Via een hand- of bankgift schenken de ouders een som geld aan de kinderen. Op hun beurt sluiten de kinderen ter waarde van de verwachtte successierechten op de gift een levensverzekering af. In de polis duiden ze zichzelf aan als begunstigden en hun ouders als verzekerden.
Als de ouders sterven, wordt het opgebouwde kapitaal overgemaakt aan de kinderen zonder dat zij daarop successierechten moeten betalen. De kinderen moeten wel kunnen aantonen dat de hand- of bankgift minstens drie jaar vóór het overlijden van hun ouders heeft plaatsgevonden om successierechten te vermijden.
[box type="tick"]Successierechten[/box]
Het opgebouwde kapitaal van een levensverzekering valt buiten de nalatenschap, aangezien u niet als erfgenaam, maar via een contractuele clausule (‘beding ten behoeve van een derde’) een som in handen krijgt. De levensverzekering werd in een klein aantal gevallen gebruikt om reservataire erfgenamen te ‘onterven’ De wettige erfgenamen worden dankzij een nieuwe wet voortaan wel beter beschermd.
Als begunstigde van een levensverzekeringspolis betaalt u natuurlijk ook successierechten. Die tarieven zijn onder meer afhankelijk van de graad van verwantschap met de overleden verzekerde. Een begunstigde uit eerste lijn betaalt minder dan iemand uit de tweede of derde lijn.
Een belangrijk gegeven is dat een testament nu in een beperkt aantal gevallen ook de voorrang krijgt op een levensverzekering. Het bedrag van een levensverzekering gaat bij afwezigheid van een echtgenoot of kinderen over op de begunstigden in het testament. Als de wettelijke erfgenamen tevens de begunstigden zijn van de levensverzekering, dan valt het uitgekeerde kapitaal bij wijze van fictie vanaf nu in de nalatenschap.
Een verzekeringsnemer die echter van oordeel is dat de oude regeling beter aansluit bij zijn wensen, dient binnen de twee jaar een addendum toe te voegen aan de levensverzekering.
U spaart jarenlang premies in een pensioenspaarproduct. Maar wat gebeurt er met de gestorte premies als u overlijdt? Wie ontvangt uw kapitaal? En wat is de rol van de fiscus in het hele verhaal?
[box type="tick"]Uitgekeerd kapitaal[/box]
Het opgebouwde kapitaal dat na uw overlijden onder erfgenamen wordt verdeeld, is afhankelijk van het soort pensioensparen. Sparen via een pensioenspaarfonds levert u aan het einde van de rit een bedrag op dat overeenkomt met de volgende rekensom:
gestorte premies + meerwaarde - kosten - belastingen
Sparen via een pensioenspaarverzekering levert u het volgende bedrag op:
gestorte premies + (gewaarborgde) rente + winstdeelname - kosten - belastingen
[box type="tick"]Fiscaal voordeel, maar…[/box]
Pensioensparen geeft u recht op een fiscaal voordeel. In 2012 kunt u tot 910 euro fiscaal voordelig inbrengen. In ruil hiervoor heft de fiscus op uw 60ste verjaardag een taks (anticipatieve heffing) van 10% op uw gespaarde kapitaal. Deze belasting geldt voor stortingen na 1993. Voor stortingen vóór 1993 geldt nog een belastingvoet van 16,5%. Na uw 60ste verjaardag kunt u nog volledig belastingvrij doorsparen tot uw 64ste, met behoud van uw fiscale voordeel.
De leeftijd waarop de spaarder overlijdt, bepaalt dus wat de fiscus nog komt ophalen. Een overlijden na de 60ste verjaardag betekent dat de anticipatieve heffing al ingehouden is en de fiscus dus zijn deel van de koek heeft gehad. Overlijdt iemand vóór zijn 60ste, dan zal de fiscus deze heffing op het moment van het overlijden opeisen.
[box type="tick"]Successierechten[/box]
Na het overlijden wordt het opgebouwde spaarkapitaal verdeeld onder de erfgenamen. Als de erflater spaarde via een pensioenspaarfonds, dan valt het gespaarde kapitaal binnen de nalatenschap en betalen de erfgenamen daar successierechten op. Het opgebouwde kapitaal via een pensioenspaarverzekering valt buiten de nalatenschap, maar ook deze vorm ontsnapt niet aan successierechten.
Direct na het overlijden worden de rekeningen van de erflater geblokkeerd. De bank doet dit met het oog op de uitbetaling van de tegoeden aan de correcte erfgenamen. In eerste instantie moet de bankinstelling alle banktegoeden en -schulden van de erflater overmaken aan de fiscus. Pas hierna kan de bank het geld ter beschikking stellen van de erfgenamen
[box type="tick"]Begunstigde bij…[/box]
Spaart u voor uw oude dag via een pensioenspaarverzekering, dan moet u in uw contract de begunstigde van het kapitaal aanduiden.
Een pensioenspaarfonds kent deze formule niet. Het gevolg hiervan is dat het gespaarde kapitaal rechtstreeks in de nalatenschap terechtkomt.
Een erfenis kan alle mogelijke vormen aannemen. Zo kunt u geld, een deel van de inboedel of zelfs een huisdier erven. Maar wat u als een woning in de schoot geworpen krijgt?
[box type="tick"]Gezinswoning of niet?[/box] In het Vlaams Gewest is het aandeel in de gezinswoning vrijgesteld van successierechten als het gaat om echtgenoten, wettelijk samenwonenden en in bepaalde gevallen ook feitelijk samenwonenden.
De voorwaarden voor de feitelijk samenwonenden zijn dat de partners:
In het Waals en Brussels Hoofdstedelijk is er geen volledige vrijstelling voor de gezinswoning, maar gelden er wel verlaagde tarieven voor de echtgenoot en de wettelijk samenwonende partner. In beide gewesten is die vermindering begrensd tot 250.000 euro. De resterende waarde wordt tegen het normale tarief belast.
Op een andere woning dan de gezinswoning betaalt u de gewone successierechten. Deze zijn afhankelijk van de lijn van verwantschap tot de erflater, de omvang van de erfenis en de woonplaats van overledene.
Bent u echter niet zeker of de erflater volledig schuldenvrij was, dan kunt u nog altijd de erfenis verwerpen of aanvaarden onder voorrecht van boedelbeschrijving.
[box type="tick"]Verwerping[/box] U legt bij de rechtbank een verklaring af waarin u zegt volledig afstand te doen van de erfenis. U draait niet op voor de schulden van de erflater, maar loopt aan de andere kant ook een eventuele eigendom mis.
[box type="tick"]Aanvaarding onder voorrecht van boedelbeschrijving[/box] Als u niet op de hoogte bent van de financiële toestand van de erflater, dan aanvaardt u misschien de erfenis beter onder voorrecht van boedelbeschrijving. In dat geval maakt de notaris een inventaris van de eigendommen en schulden van de erflater op.
Overtreft het vermogen van de overledene zijn schulden, dan wordt het verschil aan uw vermogen toegevoegd. In het andere geval ontsnapt u aan schuldeisers en bent u vrijgesteld van betaling van de schulden.