Nu de babyboomers in groten getale met pensioen gaan, stellen meer en meer mensen zich de vraag hoe het zit met hun toekomstig pensioen. Hoe zullen steeds minder actieven voldoende rijkdom kunnen produceren om te zorgen voor het pensioen van steeds meer inactieven of – juister – ex-actieven?
Drie factoren
De bepaling van het bedrag dat men als wettelijk pensioen ontvangt hangt in grote lijnen af van drie hoofdfactoren. Ten eerste, de duur van de loopbaan. Hoe meer jaren men gewerkt heeft, hoe meer men zal ontvangen. Daar zit een logica in. Ten tweede, hoeveel men verdient heeft: hoe meer geld men tijdens zijn loopbaan verdiend heeft – d.i. hoe meer men bijgedragen heeft tot het systeem – hoe meer men er ook van terugkrijgt. Eveneens logisch. De derde factor verraadt echter dat het systeem ook een onrechtvaardigheid inhoudt: het bedrag van het wettelijke pensioen hangt ook in grote mate af van het statuut waarin men gewerkt heeft. Het is veel interessanter ambtenaar te zijn geweest dan werknemer in de privésector, en deze beide statuten zijn veel gunstiger dan dat van de zelfstandige.
Voor de zelfstandigen
Het is dus niet gemakkelijk een vergelijking te maken tussen de pensioenen van mensen uit verschillende sectoren, maar het is ook niet gemakkelijk – omwille van de twee eerste factoren – een juist cijfer te geven voor een “gemiddeld” pensioen van een zelfstandige. Bepaalde studies hebben berekend dat het gemiddelde pensioen van een zelfstandige rond de 493 EUR lag. Maar ook binnen de zelfstandigen zijn er grote verschillen: zo zou het gemiddelde pensioen van een man ongeveer 658 EUR bedragen, terwijl dat van een vrouwelijke zelfstandige slechts op 208 EUR ligt. Dit verschil is natuurlijk te wijten aan de twee eerste factoren waarvan we gesproken hebben: dikwijls verdienen vrouwen – ook als zelfstandige – minder dan een man en, heel dikwijls, hebben zij ook een kortere loopbaan omwille van de onderbreking ervan voor het opvoeden van de kinderen. Deze getallen kunnen van jaar tot jaar of in functie van de studie licht verschillen, in grote lijnen wijzen ze wel allemaal in dezelfde richting. Het hoogste rustpensioen voor een zelfstandige, berekend aan het tarief alleenstaande en gekoppeld aan een volledige zelfstandige loopbaan eindigend in 2011 met maximale referte-inkomsten, bedroeg in 2012 14.089,74 EUR per jaar (of 1.174,14 EUR per maand).
Hoe hieraan verhelpen?
De zelfstandige is dus duidelijk op zichzelf aangewezen om van zijn pensioen een leefbaar pensioen te maken. Vermits hij niet op de eerste pijler van het pensioenstelsel mag rekenen, kan hij – of beter gezegd, moet hij – op de drie andere pijlers rekenen. De tweede pijler, het aanvullend pensioen, groepeert alle bovenwettelijke pensioenregelingen die afkomstig zijn uit de beroepsactiviteit. Deze bijkomende pensioenopbouw krijgt een fiscale voorkeursbehandeling. Voor een loontrekkende is dit bijvoorbeeld de groepsverzekering. Voor de zelfstandigen is er het vrij aanvullend pensioen voor zelfstandigen (VAPZ), en voor zelfstandige bedrijfsleiders is er ook de individuele pensioentoezegging (IPT). Ook de derde pijler is voor een zelfstandige interessant: het betreft hier het pensioensparen, maar ook de levensverzekeringen. Beide zijn ook fiscaal aantrekkelijk. En dan is er nog de zgn. vierde pijler, die vaak vergeten wordt: het eigen vermogen. Voor een zelfstandige is dit extra belangrijk. We hebben heel hier over het persoonlijk sparen en het beleggen: spaarrekeningen, obligaties, aandelen, enz. Maar men moet het niet zo ver gaan halen: eigenaar zijn van zijn woning biedt al een grote zekerheid, wanneer men weet dat men weinig pensioen zal ontvangen…
Het is dus duidelijk dat de situatie van de zelfstandige helemaal niet rooskleurig is. Toch bestaan er bepaalde methoden om deze leefbaar te maken.
Een zelfstandige ondernemer die met een vennootschap werkt, kan een VAPZ (Vrij Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen) of een IPT (Individuele Pensioentoezegging) onderschrijven om een aanvullend pensioen op te bouwen. Beide oplossingen hebben specifieke voordelen. Maar wat onderschrijft u best?
[box type="tick"]Wie betaalt de premies?[/box]
Een VAPZ wordt betaald met persoonlijke bijdragen. Met andere woorden, als zelfstandige betaalt u dit zelf. Bij een IPT is het wel degelijk de vennootschap die de premies betaalt. Dit betekent dus ook dat een zelfstandige die niet via een vennootschap werkt, geen IPT kan afsluiten. Andersom is het wel mogelijk dat met het loon, uitgekeerd door een vennootschap aan de zelfstandige, de bijdragen worden betaald.
[box type="tick"]Aftrekbaar?[/box]
Zowel bij een VAPZ als bij een IPT zijn de premies aftrekbaar.
De grenzen waarbinnen beide producten fiscaal voordeel opleveren verschillen: bij een VAPZ gaat dit om een percentage van uw belastbaar beroepsinkomen, bij een IPT is dat de 80%-regel.
[box type="tick"]Backservice[/box]
In het kader van een IPT kunt u een backservice onderschrijven. Dat is een inhaalbeweging waarmee u eventuele fiscale ruimte uit het verleden goedmaakt met een (eenmalige of recurrente) premie. Bij een VAPZ is zo’n backservice niet mogelijk.
[box type="tick"]Fiscaliteit op de einddatum[/box]
Ook hier is er een verschil. Bij een VAPZ gebeurt deze via het stelsel van de fictieve rente.Bij een IPT is er voor de werkgeversbijdragen een eindbelasting van 16,5%. Vanaf 1 juli 2013 bedragen de tarieven respectievelijk 20% op 60 jaar, 18% op 61 jaar en 16,5% op de leeftijd van 62 tot 64 jaar. Voor uitkeringen vanaf 65 jaar en als je effectief actief blijft tot die leeftijd, geldt de voordelige taxatie van 10% (zoniet is het 16,5%).
Voor de persoonlijke bijdragen geldt sowieso de voordelige taxatie van 10%.
[box type="tick"]Voorschot[/box]
Bij beide producten is het mogelijk om een voorschot op te nemen in het kader van een vastgoedproject.
[box type="tick"]Aanvullende waarborgen[/box]
Zowel bij een VAPZ als een IPT kunnen aanvullende waarborgen onderschreven worden, zoals een extra dekking bij overlijden, een invaliditeitsrente of een waarborg Premievrijstelling.
[box type="tick"]Conclusie[/box]
We raden zelfstandigen aan om zeker een VAPZ te onderschrijven (omwille van het dubbele voordeel), en dit eventueel aan te vullen met een IPT vanuit de vennootschap. Op die manier kunt u een mooi (maar noodzakelijk) aanvullend pensioen opbouwen.
U hebt een VAPZ onderschreven, maar hebt dringend geld nodig. Daarom overweegt u om het contract af te kopen. Of u wenst over te stappen naar een VAPZ bij een andere instelling. Is een afkoop mogelijk, en is het wel een goed idee?
Voor alle duidelijkheid: afkopen kan pas vanaf de leeftijd van 60 jaar. Vóór uw 60ste is een afkoop niet mogelijk!
[box type="tick"]Overstappen naar een concurrent[/box]
Bij een VAPZ beslist u zelf hoeveel en wanneer u stort, binnen de wettelijke grenzen. Wanneer u overweegt om over te stappen naar een VAPZ bij een andere financiële instelling, dan doet u er best aan om uw premiebetalingen in het kader van uw huidige VAPZ gewoon stop te zetten. U laat het contract verder onaangeroerd en op uw 65ste wordt het bijeengespaarde kapitaal uitgekeerd. U kunt dan vanaf volgend jaar probleemloos premies storten in uw nieuw VAPZ-contract.
Het is ook mogelijk om uw opgebouwde reserves over te dragen naar uw nieuwe contract, maar dan dient u wellicht uitstapkosten te betalen.
[box type="tick"]U hebt dringend geld nodig[/box]
Wanneer u om cash verlegen zit en dringend geld nodig heeft, kunt u uw VAPZ, op voorwaarde dat u 60 jaar of ouder bent, afkopen. U betaalt dan wel een afkoopvergoeding. Die bedraagt …
Als u geld nodig heeft voor een vastgoedproject vóór uw 60ste, dan kunt u wel een voorschot op uw uitkering opnemen. Ook een inpandgave van uw contract kan dan een oplossing bieden. Uw contract dient dan als waarborg voor een hypothecair krediet.
Een Vrij Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen (VAPZ) is zonder meer de voordeligste formule voor een zelfstandige om een aanvullend pensioen op te bouwen. Wij leggen u uit waarom.
[box type="tick"]Voor wie?[/box]
Zelfstandigen in hoofd- en bijberoep (als ze sociale bijdragen betalen zoals een zelfstandige in hoofdberoep) en meewerkende echtgenoten kunnen een een VAPZ onderschrijven. U hebt de keuze tussen twee formules:
Het verschil tussen beide is dat u bij een ‘sociaal’ VAPZ iets meer premie mag storten (9,4% van het inkomen waarop de sociale bijdrage berekend wordt, tegenover 8,17% bij een ‘gewoon’ VAPZ). Als absolute plafonds gelden € 2.962,88 voor een ‘gewoon’ VAPZ en € 3.408,94 voor een ‘sociaal’ VAPZ. Bovendien moet bij een ‘sociaal’ VAPZ minstens 10% van de premiebijdrage naar ‘solidariteit’ gaan, zoals een dekking bij arbeidsongeschiktheid of overlijden.
[box type="tick"]De belangrijkste voordelen van een VAPZ[/box]
De fiscale en sociale voordelen zorgen ervoor dat u soms tot 60% van de premie kunt terugverdienen.
[box type="tick"]Eindbelasting[/box]
Het kapitaal dat uitgekeerd wordt in het kader van een VAPZ wordt belast a rato van de fictieve rente.
| Leeftijd begunstigde bij de uitkering | Fictieve rente | Aangifte in personenbelasting gedurende x jaar |
| 40 of minder | 1% | 13 jaar |
| 41 – 45 | 1,5% | 13 jaar |
| 46 – 50 | 2% | 13 jaar |
| 51 – 55 | 2,5% | 13 jaar |
| 56 – 58 | 3% | 13 jaar |
| 59 – 60 | 3,5% | 13 jaar |
| 61 – 62 | 4% | 13 jaar |
| 63 – 64 | 4,5% | 13 jaar |
| 65 of meer | 5% | 10 jaar |
Opgelet! Als u tot uw wettelijke pensioenleeftijd actief gebleven bent en dan pas uw VAPZ uitgekeerd wordt, dan wordt de fictieve rente berekend op slechts 80% van het kapitaal.
Op de uitkering van het VAPZ is ook een Riziv-bijdrage verschuldigd ten belope van 3,55%. Die wordt berekend op het kapitaal én de winstdeelname.
[box type="tick"]Bij wie onderschrijven?[/box]
Tot eind 2003 beschikten de sociale verzekeringskassen over een monopolie inzake VAPZ. Dat is sinds 1 januari 2004 niet langer het geval. Zo kunt u ook bij heel wat verzekeraars op een VAPZ intekenen.
Het cliché wil dat een zelfstandige zelf voor zijn pensioen moet zorgen. Feit is dat in elk cliché wel een grond van waarheid zit. Dus ook in deze gemeenplaats. Het (gemiddeld) wettelijk pensioen van een zelfstandige ligt, ondanks recente inspanningen, nog altijd lager dan dat van een werknemer en zeker dan dat van ambtenaren. Het komt er voor een ondernemer dan ook op aan om te voorzien in een aanvullend pensioen.
Daartoe beschikt een zelfstandige over meerdere opties: pensioensparen, een Vrij Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen (VAPZ) en een Individuele Pensioentoezegging.
[box type="tick"]Pensioensparen[/box]
De bekendste formule om een aanvullend pensioen op te bouwen is pensioensparen. Ook werknemers kunnen hier perfect gebruik van maken. Jaarlijks kunnen ze maximaal € 910 fiscaal voordelig storten.
[box type="tick"]VAPZ[/box]
Specifiek voor zelfstandigen is voor een Vrij Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen, alias een VAPZ, een ideaal concept om te sparen voor een appeltje voor de dorst. Zo zorgt een VAPZ ervoor dat een zelfstandige niet alleen minder belastingen, maar ook minder sociale bijdragen betaalt. Bovendien spaart de zelfstandige ook een pensioenkapitaal bijeen. Driemaal winst dus. Ook bij een VAPZ is de maximumpremie beperkt, in functie van uw belastbaar beroepsinkomen: als absoluut plafond gelden € 2.962,88 voor een ‘gewoon’ VAPZ en € 3.408,94 voor een ‘sociaal’ VAPZ.
[box type="tick"]Individuele Pensioentoezegging[/box]
Zelfstandigen die via een vennootschap werken, beschikken nog over een extra optie: de individuele pensioentoezegging (IPT). Hierbij worden de premies betaald door de vennootschap, maar is de zelfstandige wel de begunstigde. De maximumgrens voor de premies wordt bepaald door de 80%-regel. De premies zijn aftrekbaar voor de vennootschap. Ook een zgn. backservice is mogelijk, waarbij de ruimte die vanuit het verleden nog beschikbaar is opgevuld kan worden.
[box type="tick"]Cumuleren[/box]
Het is perfect mogelijk om deze drie tools voor een aanvullend pensioen te cumuleren.
Een Vrij Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen is een must voor elke zelfstandige. Het is de oplossing om een aanvullend pensioen op te bouwen die u het hoogste rendement oplevert.
[box type="tick"]Voordelen[/box]
[box type="tick"]Voor wie?[/box]
Zelfstandigen in hoofd- en bijberoep (als u bijdragen betaalt als zelfstandige in hoofdberoep), en meewerkende echtgenoten kunnen een VAPZ onderschrijven.
[box type="tick"]‘Gewoon’ of ‘sociaal’[/box]
U hebt de keuze tussen een ‘gewoon VAPZ’ en een ‘sociaal VAPZ’. Bij een sociaal VAPZ wordt een gedeelte van de premie geïnvesteerd in aanvullende waarborgen, zoals een overlijdens- of invaliditeitsdekking.
[box type="tick"]Maximale premies[/box]
Er zijn ook maximumpremies van toepassing die u kunt storten in het kader van een VAPZ. Die maximumpremies verschillen naargelang de gekozen formule. Zo kunt u bij een gewoon VAPZ maximaal 8,17% van uw referte-inkomen fiscaal voordelig storten. Bij een sociaal VAPZ is dat 9,4%. De maximumpremies die u fiscaal voordeel kunnen opleveren hangen dus af van uw inkomen. Tevens gelden er absolute maxima:
[box type="tick"]Looptijd [/box]
De minimale looptijd bedraagt vijf jaar.
[box type="tick"]Cumul[/box]
U kunt een VAPZ cumuleren met pensioensparen of een IPT (als u met een vennootschap werkt).
U doet er als zelfstandige goed aan om zelf te sparen voor een aanvullend pensioen. U hebt daarbij een aantal keuzemogelijkheden.
[box type="tick"]VAPZ[/box]
Een Vrij Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen is ongetwijfeld de meest voordelige manier om als ondernemer voor een aanvullend pensioen te zorgen. Een VAPZ zorgt er immers voor dat u niet alleen minder belastingen, maar ook minder sociale bijdragen betaalt.
Binnen het VAPZ hebt u de keuze tussen een ‘gewoon VAPZ’ en een ‘sociaal VAPZ‘. Met die laatste formule kunt u een iets hogere premie fiscaal voordelig storten en biedt u ook een dekking tegen bepaalde risico’s, zoals overlijden en invaliditeit.
Voor alle duidelijkheid: de premies voor een VAPZ worden in persoonlijke naam betaald, dus niet via een vennootschap.
[box type="tick"]Riziv-contract[/box]
Beoefenaars van (para)medische beroepen, zoals artsen, tandartsen, kinesitherapeuten en apothekers, krijgen in ruil voor conventionering een zgn. Riziv-toelage. Dat houdt in dat ze zich aan bepaalde prijsafspraken houden, maar als tegemoetkoming van het Riziv een bijdrage krijgen die ze kunnen investeren in de opbouw van een aanvullend pensioen. Voor 2012 gelden de volgende bedragen, al dienen die nog wel bevestigd te worden via KB:
| Beroep | Bedrag |
| Arsten | € 4.325 * |
| Kinesitherapeuten | € 1.403 * |
| Tandartsen | € 2.150 * |
| Apothekers | € 2.599 * |
* moet nog bevestigd worden via KB
[box type="tick"]IPT[/box]
Bij een Individuele Pensioentoezegging worden de premies door de vennootschap betaald. Dit is de opvolger van de zgn. bedrijfsleidersverzekering. Het mogelijke fiscaal voordeel wordt hier begrensd door de 80%-regel. Wel is er een backservice mogelijk om eventuele extra ruimte uit het verleden te benutten.
[box type="tick"]Pensioensparen[/box]
Uiteraard kunnen zelfstandigen ook intekenen op het traditionele pensioensparen. Voor 2012 geldt daarbij het fiscaal voordelige plafond van € 910.
Niet veel, zo blijkt. Om welk bedrag het precies gaat, hangt af van uw brutoloon, het aantal gewerkte jaren en uw familiale situatie. Vast staat wel dat het wettelijk pensioen van een zelfstandige onvoldoende is om zijn levensstandaard te behouden. Zelf in een aanvullend pensioen voorzien, is pure noodzaak.
[box type="tick"]Enkele harde cijfers[/box] Het gemiddelde rustpensioen van een individu bedraagt €1.220 per maand. Achter dit bedrag gaan echter grote verschillen schuil, zo blijkt uit cijfers van de Belgische Pensioenatlas 2010. Een ambtenaar ontvangt gemiddeld €2.270. Dit is quasi het dubbele van een werknemer die gemiddeld €1.030 ontvangt. Voor een zelfstandige wordt dat bedrag nog eens gehalveerd tot een mager gemiddelde van €569.
Mannen doen het met een gemiddeld rustpensioen van €1.440 beter dan vrouwen die gemiddeld €1.037 ontvangen.
[box type="tick"]Pensioenkloof[/box] Er is dus wel degelijk sprake van een pensioenkloof tussen werknemers, ambtenaren en zelfstandigen, maar ook tussen mannen en vrouwen. Voor de groep zelfstandigen is het wettelijk pensioen het laagst. Bejaarde zelfstandigen kunnen niet alleen hun levensstandaard niet behouden, ze riskeren zelfs ronduit arm te worden.
We illustreren de pensioenkloof met een fictief, vereenvoudigd voorbeeld.
Victor is 39 jaar. Hij is gehuwd met Kaat, die werkt als bediende. Samen hebben ze twee kinderen. Victor is sinds 1996 aan de slag als architect.
Stel dat Victor tot zijn 65ste als zelfstandige aan de slag is. Zijn netto jaarinkomen in 2010 bedroeg €23.199. Dit komt overeen met het gemiddeld jaarinkomen van een zelfstandige volgens cijfers van het NSZ (Neutraal Syndicaat voor de Zelfstandigen). In dit voorbeeld nemen we dit bedrag als gemiddelde voor gans de loopbaan. Maandelijks komt dat dus neer op een nettobedrag €1.933,25.
Op zijn 65ste zal Victor een wettelijk pensioen ontvangen van €874,48 netto ofwel maar liefst €1.058,77 minder dan wat hij nu maandelijks verdient.
Stel dat Victor tot zijn 65ste bediende is. In 2010 bedroeg zijn maandelijks netto-inkomen €1.900. Voor de eenvoud gaan we er opnieuw van uit dat dit een gemiddelde is over gans zijn loopbaan.
Op zijn 65ste zal Victor een wettelijk pensioen ontvangen van €1.536,31 netto ofwel €363,69 minder dan wat hij nu maandelijks verdient.
Hoewel het hier niet om een reële situatie gaat, toont dit voorbeeld wel aan dat een zelfstandige zelf een aanvullend pensioen moet opbouwen als hij na zijn pensioen het hoofd boven water wil houden.
Op www.kenuwpensioen.be kunt u zelf berekenen hoeveel uw pensioen zal bedragen.
[box type="tick"]Zelf een brug slaan[/box] Als zelfstandige bent u dus vooral op uzelf aangewezen om een pensioen op te bouwen als u uw levensstandaard wilt behouden. U benut daarbij best zoveel mogelijk mogelijkheden.
In de tweede pijler kunt u op een fiscaalvriendelijke manier een aanvullend pensioen opbouwen met beroepsinkomsten via een VAPZ of IPT. Met uw privévermogen kunt u in de derde pijler aan pensioensparen doen. U geniet ook in dat geval van een fiscaal voordeel. Hebt u nog reserves over, dan bestaan er tal van mogelijkheden om zonder fiscaal voordeel te sparen voor later.
Een loontrekkende krijgt traditioneel maandelijks zijn salaris op zijn rekening gestort. Een zelfstandige beschikt echter over een aantal extra mogelijkheden om zichzelf een loon uit te betalen of geld uit zijn vennootschap te halen.
[box type="tick"]1. Brutoloon[/box] De eerste en meest voor de hand liggende manier is dat de zelfstandige zichzelf een brutoloon uitkeert. U wordt dan belast via de personenbelasting. U komt echter al snel in de hoogste belastingschijf terecht en betaalt daar 50% belastingen. Tel daarbij nog de gemeentebelasting en de sociale bijdragen …
Om die hoge belastingen te vermijden, keert een zelfstandige zich vaker een lager loon uit. Hij kan dit brutoloon op allerlei manieren evenwel aanvullen.
[box type="tick"]2. Dividend[/box] Een van de manieren die zelfstandigen gebruiken om te ontsnappen aan de hoge belastingdruk op het brutoloon, is het uitkeren van een dividend. Op deze jaarlijkse winstdeelname betalen zelfstandigen minder belastingen, wat dus voordeliger uitkomt.
Uw vennootschap keert u een dividend uit, waarop ze dan vennootschapsbelasting betaalt. Het bedrag dat u in handen krijgt is een brutosom waar de roerende voorheffing, die 15% of 25% bedraagt, nog van wordt afgehouden. Normaal is de roerende voorheffing vastgesteld op 25%, in bepaalde gevallen betaalt u een verminderde voorheffing van 15%. Als uw dividend afkomstig is van aandelen die uitgegeven zijn sinds 1 januari 1994 en uw vennootschap ziet niet af van de verminderde voorheffing, dan is de aanslagvoet 15%.
Naast het dividend dat mogelijk op jaarlijkse basis wordt uitgekeerd, bestaat er ook nog het interim-dividend en het tussentijds dividend.
[box type="tick"]3. Aanvullend Pensioen[/box] De zelfstandige kan als uitgestelde aanvulling op zijn brutoloon ook een beroep doen op een Vrij Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen (VAPZ) en een Individuele Pensioentoezegging (IPT). Die laatste oplossing kan alleen maar als u werkt via een vennootschap. Op het einde van uw actieve loopbaan krijgt u dan het eindkapitaal uitgekeerd.
Zowel bij uw VAPZ als bij uw IPT is het rendement gewaarborgd . Dit wordt dan eventueel aangevuld met een winstdeelname.
[box type="tick"]4. Extralegale voordelen[/box] Een zelfstandige kan zich door de vennootschap ook laten uitbetalen in de vorm van extralegale voordelen. Het toekennen van zo een voordelen is voor de vennootschap fiscaal interessant, aangezien ze dit als beroepskost in vermindering kan brengen. Bovendien moet de zelfstandige bijvoorbeeld op een bedrijfswagen geen sociale bijdrage betalen, aangezien dit een voordeel in natura is.
Concreet zijn er drie soorten voordelen: kosten eigen aan de werkgever, sociale voordelen en voordelen van alle aard. Voor elk van de drie bestaat er een aparte fiscale regeling. Heel vaak komen die voordelen vanwege de belastingdruk op lonen voordeliger uit dan een verhoging van het brutoloon.
[box type="tick"]5. Vastgoed[/box] Als zelfstandige kunt u via een vennootschap nog op een andere manier financieel een goede zaak doen, namelijk via een gesplitste aankoop van vastgoed. Het gaat dan bijvoorbeeld om een vruchtgebruikconstructie, waarbij de vennootschap zelf het vruchtgebruik heeft en u als privépersoon de naakte eigendom verwerft. Als het vruchtgebruik afloopt, bijvoorbeeld na 20 jaar, dan wordt u volledig eigenaar van het aangekochte gebouw.
Met uw wettelijk pensioen springt u als zelfstandige niet zo ver. U moet daarom op zoek naar andere bronnen om uw pensioenkas te spijzen, want ook als zelfstandige kunt u aan pensioenopbouw doen. Zowel op fiscaal als op sociaal vlak liggen er voor u mogelijkheden.
Het wettelijke pensioen van een zelfstandige ligt lager dan dat van een werknemer en veel lager dan dat van een ambtenaar. U bent als zelfstandige dus bijna verplicht om werk te maken van uw aanvullend pensioen. Om u financieel voor te bereiden op uw pensioen kiest u als zelfstandige dus beter een van de mogelijke oplossingen.
Hoeveel bedraagt het gemiddeld pensioen in ons land?
|
Stelsel |
Gemiddeld pensioen |
|
Werknemer |
€ 1.287 |
|
Zelfstandige |
€ 763 |
|
Ambtenaar |
€ 2.374 |
|
Bron: pensioenatlas 2010 (cijfers 2007) |
|
[box type="tick"]Pensioensparen[/box] De traditionele manier van aanvullend sparen verloopt via een pensioenrekening of een pensioenverzekering. Bij een pensioenrekening zet u in op de beurs en bent u op voorhand niet zeker van het rendement. Kiest u voor een pensioenverzekering, dan waarborgt u het rendement en mag u hopen op een winstdeelname.
[box type="tick"]VAPZ[/box] Een Vrij Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen (VAPZ) een must voor iedere zelfstandige. Via deze individuele levensverzekering zorgt u voor een aantrekkelijke aanvulling op uw wettelijk pensioen.
Jaarlijks kunt u een bijdrage leveren voor uw VAPZ. De minimale inleg bedraagt € 100, het maximale bedrag wordt jaarlijks bij Koninklijk Besluit vastgelegd. Dat bedrag mag maximum 8,17% zijn van het inkomen waarop de sociale bijdragen worden afgehouden. Voor het jaar 2011 ligt de maximale aftrekbare bijdrage op € 2 852,88.
Als zelfstandige heeft u de keuze tussen een gewoon VAPZ en een sociaal VAPZ. Het sociaal VAPZ staat u toe een hogere premie te betalen die maximaal 9,4% bedraagt van het inkomen waarop de sociale bijdragen worden berekend. Voor 2011 ligt het maximum voor het sociaal VAPZ op € 3.282,39. Bovendien biedt het sociaal VAPZ een extra solidariteitsluik om bijvoorbeeld inkomensverlies op te vangen na een ongeval.
Een VAPZ biedt de zelfstandige dus aantal fiscale en sociale voordelen. Zo betaalt u minder sociale bijdragen en doet u belastingvoordeel. Naast de gekende fiscale en sociale voordelen, zijn er ook nog de financiële pluspunten. Zo deelt u jaarlijks in de winst en geniet u een gegarandeerde rente.
[box type="tick"]IPT[/box] Een Individuele Pensioentoezegging (IPT) is voor de zelfstandige nog een andere mogelijkheid om zijn pensioen voor te bereiden. Al geldt voor deze optie wel een beperking: als zelfstandige zaakvoerder moet u werken via een vennootschap. Eenmaal aan deze voorwaarde voldaan, kan de vennootschap premies uitbetalen aan een pensioeninstelling. Dat geld wordt belegd en aan het einde van de rit krijgt u het pensioenkapitaal uitgekeerd.
Hou als zelfstandige ook rekening met de 80%-regel, anders loopt u uw fiscale voordeel gedeeltelijk mis. Deze regel houdt in dat uw wettelijke en aanvullende pensioen samen maar 80% van het laatste brutojaarinkomen mag bedragen.
Een laatste voordeel van de drie pensioenregelingen is dat u ze kunt cumuleren. Als zelfstandige bedrijfsleider met een vennootschap kunt u dus zowel aan pensioensparen doen, als een IPT en een VAPZ afsluiten.